Posts tonen met het label Kenmerken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kenmerken. Alle posts tonen

vrijdag 18 oktober 2013

Neurologisch bewijs voor subtypen ADHD

NWO-onderzoeker Ali Mazaheri en zijn collega’s hebben neurologisch bewijs gevonden voor het bestaan van twee subtypen van ADHD: het overwegend onoplettende type en het gecombineerde type, gekenmerkt door een combinatie van hyperactiviteit en onoplettendheid.

Mazaheri publiceert hierover in het tijdschrift Biological Psychiatry. Onder wetenschappers bestaat veel debat over de aard en het diagnosticeren van deze verschillende typen ADHD.

De proefpersonen in het onderzoek van Mazaheri en zijn collega's moesten een snelle reactietijdtaak doen. Daarbij krijgen proefpersonen eerst informatie over met welke hand ze een opdracht moeten uitvoeren, alvorens ze snel en met de juiste hand moeten reageren. De proefpersonen met ADHD presteerden naar verwachting minder goed op de tests, maar bij meting van de hersenactiviteit bleek dat dit het gevolg was van haperingen op verschillende plaatsen in het brein.
Visuele of motorische haperingen

Bij jongeren met het onoplettende type ADHD bleek de verwerking te haperen in de visuele cortex, terwijl bij jongeren met het gecombineerde type ADHD uit de metingen bleek dat het probleem lag bij de motorische planning. Deze resultaten wijzen erop dat de problemen die ten grondslag liggen aan de verschillende typen ADHD duidelijk verschillen. Bovendien maakt deze test de verschillen goed en gemakkelijk meetbaar.

Mazaheri en zijn collega's namen bij 57 proefpersonen een test af waarbij getest wordt hoe goed een waarschuwend signaal verwerkt wordt bij het uitvoeren van een taak. De groep bestond uit normaal ontwikkelende jongeren (tussen 12 en 17 jaar), jongeren met het onoplettende type ADHD en jongeren met het gecombineerde type ADHD. Alle deelnemers werden van te voren getest op de kenmerken van ADHD en mochten 24 uur voorafgaand aan de proeven geen medicijnen gebruiken. Tijdens de proeven werd met een EEG de hersenactiviteit op verschillende plaatsen in het brein gemeten.

Het onderzoek van Mazaheri wordt gefinancierd door NWO. Mazaheri is werkzaam aan het AMC Amsterdam. Hij ontving in 2010 een Veni-financiering van NWO. Veni is bedoeld voor recent gepromoveerde wetenschappers en geldt als een belangrijke stap in een wetenschappelijke carrière.

Bron: zorgkrant.nl




maandag 26 november 2012

Alle honden hebben ADHD

Dit boeiende en informatieve boek benadert ADHD op een heel verfrissende manier. Op humoristische en liefdevolle wijze wordt de lezer begrip gevraagd voor kinderen die door hun ADHD 'anders' zijn. Voor degenen die iemand met ADHD kennen, zullen veel van de foto's uit de hondenwereld zeer herkenbaar zijn.



maandag 21 mei 2012

Opvoedingscanon

Omdat Over Kinderen Zoveel Meer Te Weten Valt

Opvoeden gaat niet vanzelf, en opvoeden doe je niet alleen. Kinderen grootbrengen is een maatschappelijke opdracht, waarbij ouders regisseur en eerstverantwoordelijke zijn, maar ook anderen hun steentje bijdragen. Familieleden, buurtbewoners, leerkrachten, sportcoaches _ allemaal vormen ze het kind tot de volwassene die het zal worden.

Deze Opvoedcanon bevat 51 korte hoofdstukken met informatie over allerlei aspecten van de opvoeding en ontwikkeling van kinderen, geschreven door tientallen onderzoekers. Het is geen pasklare gebruiksaanwijzing, maar bevat wel honderd tips die opvoeders kunnen helpen.

René Diekstra is professor of psychology aan de Roosevelt Academy in Middelburg en lector Jeugd en Opvoeding aan De Haagse Hogeschool. Malou van Hintum is wetenschapsjournalist en werkt onder meer voor de Volkskrant en Vrij Nederland.

De Opvoedcanon is geschreven in opdracht van de gemeente Den Haag met medewerking van dr. Janneke Wubs, verbonden aan De Haagse Hogeschool, medewerkers van het Kenniscentrum Jeugd en Opvoeding van De Haagse Hogeschool, en een panel van deskundigen.

De opvoedingscanon (dit boek en de bijbehorende website www.opvoedingscanon.nl), gemaakt in opdracht van de gemeente Den Haag, geeft in 51 korte, thematische hoofdstukken (ook te vinden op de site) praktische en toegankelijke informatie over de opvoeding en ontwikkeling van kinderen in de leeftijdsgroep van 0 tot circa 18 jaar.

Aan de orde komen de lichamelijke en sociaal-emotionele ontwikkeling, goed en kwaad, leren denken, seksuele ontwikkeling, temperamenttypen van kinderen, opvoeden (onder andere verwennen, straf), gezinspatronen, grote en kleine problemen (pikken, jokken, angst, depressie, ADHD, pesten, alcohol, drugs) en onderwerpen als kinderopvang, kinderen en media, de invloed van ouders, buurt en leeftijdsgenoten, rouw, scheiding en mishandeling.

Alle informatie is onderbouwd volgens de laatste wetenschappelijke inzichten en voorzien van praktische, duidelijke adviezen. Bij ieder thema staat een vraag voor de opvoeder, achterin staan de antwoorden, op de website aangevuld met uitleg. Met uitgebreide verantwoording en literatuuropgave. Een informatief, duidelijk en praktisch boek, samengesteld door een groot aantal deskundigen, dat voorziet in de behoefte van de vele ouders die vragen hebben over de opvoeding en ontwikkeling van hun kind.



maandag 23 april 2012

'ADHD voorkomen door diagnose niet te stellen'..???

Door: Carsten Lincke; Kinderarts / Pediatrician Maasstadziekenhuis Rotterdam, Opleider Kindergeneeskunde.

Dat klinkt wel erg simpel – en dat is het ook; pijnlijk simpel voor duizenden – kinderen, jongeren en volwassenen – die zelf last hebben van ADHD (of ADD). Als iemand zou voorstellen om kanker te voorkomen door de diagnose kanker niet te stellen, niemand zou veel aandacht besteden aan zo’n absurditeit. Maar als het over ADHD, autisme of andere hersenaandoeningen gaat, dan vinden dit soort wonderlijke voorstellen gretig gehoor bij media en publiek. Het is de laatste tijd erg populair om psychische en psychiatrische klachten te bagatelliseren en professionele zorg hiervoor als overdreven luxe te bestempelen.

Dat was ook het geval in Tros Nieuwsshow van ZA 21-04-2012. Laura Batstra, een opvoedkundige (orthopedagoge), die al jaren geen patiënten meer behandeld, kreeg uitgebreid de gelegenheid om haar eenzijdige kijk op de werkelijkheid opnieuw onder de aandacht te brengen. ADHD is gewoon een opvoedingsprobleem en dokters die Ritalin voorschrijven zijn door cadeautjes van de farmaceutische industrie gemanipuleerd. Dat is samengevat de visie van Batstra op een stoornis die weliswaar niet levensbedreigend, maar voor velen levensbedervend is.

De stellingen van Laura Batstra in Tros Nieuwsshow hier nog eens op een rij:

ADHD bestaat niet want het is geen neurobiologische hersenziekte
ADHD is maar wat we zo noemen.

  • ADHD is geen aandoening maar een aanduiding voor een opvoedingsprobleem dat met de juiste opvoedkundige maatregelen goed te behandelen is.
  • In de meeste gevallen gaat het weer over en komt het uiteindelijk wel goed.
  • Medicatie (Ritalin) bij ADHD werkt hooguit 2-3 jaar en dan niet meer.
  • Medicatie heeft veel bijwerkingen.
  • Haar advies: zoek hulp in de eerstelijnsgezondheidszorg, bij de huisarts of een orthopedagoog.
Over al deze punten is enorm veel geschreven en onderzocht. Op basis van dit wetenschappelijk bewijs zijn in vele landen, ook in Nederland, door deskundigen uit verschillende disciplines “evidence based” richtlijnen opgesteld voor de diagnostiek en behandeling van ADHD. De belangrijkste argumenten tegen de stellingen van Batstra vat ik hier samen, aangevuld met voorbeelden uit de dagelijkse praktijk.

“ADHD bestaat niet want het is geen neurobiologische hersenziekte”
Er is geen serieuze wetenschapper die niet overtuigd is van een neurobiologische oorzaak van ADHD (en ADD). Onderzoek over hoe ADHD-medicijnen werken op hersencelniveau en onderzoek met zogenaamde functionele MRI-scans heeft ons inzicht gegeven in wat en waar mis gaat (of anders is, zo je wilt) in de hersenen van mensen met ADHD en ADD. ADHD-medicijnen zoals methylfenidaat (de werkzame stof in Ritalin) beïnvloeden aanmaak, het hergebruik of de afbraak van bepaalde chemische lichaamseigen boodschapperstoffen (neurotransmitters) in de hersenen. Uiteindelijk leidt dit tot een betere filterfunctie voor uitwendige of inwendige afleidende of impulsieve prikkels.

In mijn eigen spreekkamer vindt ik het altijd frappant hoe duidelijk erfelijke factoren meespelen en terug te vervolgen zijn in één of beide ouderlijke families. Dit blijkt de laatste jaren ook uit genetisch onderzoek, al zijn er meerdere genen betrokken bij ADHD/ADD.

Het is geen uitzondering dat één van de ouders een paar maanden nadat er een behandeling voor ADHD bij een kind in het gezin is ingesteld spontaan vertelt dat hij/zij bij zich zelf ook ADHD/ADD kenmerken herkent en soms om verwijzing vraagt voor nader onderzoek. Anderen herkennen wel dezelfde problemen maar realiseren zich dat zij door intelligentie of omgevingsfactoren (b.v. een kleine, rustige klas, ervaren leraren of docenten) minder last hebben gehad, waardoor zij van negatieve gevolgen verschoond gebleven zijn.

“ADHD is maar wat we zo noemen”
Dat is in zekere zin natuurlijk waar. Net zo als intelligentie dat is wat een intelligentest meet. Daaruit kun je niet afleiden het concept ” intelligentie” waardeloos is. ADHD en ADD (aandachtstekort zonder hyperactiviteit) zijn gedefinieerd op basis van herkenbare symptomen en criteria (zie b.v. http://www.trimbos.nl/onderwerpen/psychische-gezondheid/adhd/symptomen). En die criteria worden doorgaans getoetst m.b.v. vragenlijsten die door ouders, leerkracht en jongere zelf worden ingevuld. Het feit dat je over de weging van sommige symptomen kunt discussiëren maakt het hele concept nog niet onzinnig. Bij veel lichamelijke aandoeningen is het simpeler:
De diagnose kanker is meestal te stellen door bloedtesten, roentgen- en weefselonderzoek. Dat kan bij ADHD niet – er is (nog) geen bloedtest of hersenscan die de diagnose onomstotelijk bevestigd. Het is vooralsnog een zogenaamde “klinische diagnose” (het voldoen aan bepaalde klinische criteria).

Dat geldt overigens ook voor een aantal ernstige en minder ernstige ziekten (om maar een paar te noemen: acuut reuma, de ziekte van Kawasaki, obstipatie, depressie) waarvoor we nog geen betrouwbare diagnostische test hebben.

“ADHD is geen aandoening maar een aanduiding voor een opvoedingsprobleem dat met de juiste opvoedkundige maatregelen goed te behandelen is”
Dit is een grote miskenning van een ernstig probleem. Van mijn collega Rob Rodrigues Pereira, kinderarts en één van de pioniers op het gebied van ADHD in Nederland, heb ik in dit verband ooit de karakterisering “niet levensbedreigend maar wel levensbedervend” genoteerd. Iedereen die serieus patiënten begeleid met ADHD – en ze niet alleen met wat goedbedoelde opvoedingsadviezen naar huis stuurt – zal dit beamen.

Wij zien met regelmaat gezinnen op ons spreekuur, die van alles geprobeerd hebben, die hun best gedaan hebben om de structuur thuis en op school op orde te krijgen, die van het kastje naar de muur gestuurd werden, die te maken kregen met eindeloze wachtlijsten en steeds wisselende behandelaars in de GGZ. Soms zijn er prachtige rapporten door orthopedagogen geschreven waaruit je zo de criteria voor ADHD kunt destilleren, maar ja, er ontbreekt ergens een kruisje, b.v. omdat de leerkracht het probleem ontkent (dat zie je nogal eens bij meisjes met ADD, die zijn gewoon ” dromerig” niemand tot last, behalve zichzelf). Om dan te roepen dat het alleen maar een lastig opvoedingsprobleem is, dat ervaren veel van deze ouders als miskenning en belediging. Daar waar we ervan overtuigd zijn dat er geen winst meer te behalen is uit betere structurering en orthopedagogische maatregelen, is uitstel van medicamenteuze behandeling zinloos en in zekere zin ook wreed. Natuurlijk zijn er ook gebroken gezinnen met ernstige conflicten tussen ouders en allerlei sociale problematiek, waarbij ADHD bij het kind (en de ouders?) slechts één van de problemen is. Het is duidelijk dat er dan meer moet gebeuren, maar ook hier geldt geregeld dat sommige zaken veel beter lopen met medicamenteuze ondersteuning (een voor velen herkenbare oorzaak/gevolgketen: minder impulsiviteit, minder ruzie, minder negatieve feedback, minder geschreeuw, betere sfeer, betere toegankelijkheid voor positieve benadering). Nog afgezien van het feit dat coachen van gezinnen door de JGZ en/of GGZ vaak moeizaam en pas na lange aanloop tot stand komt.

“In de meeste gevallen gaat het weer over en komt het uiteindelijk wel goed”.
Ik heb de indruk dat dit te maken heeft met een beperkt gezichtsveld en selectieve waarneming. Dat geldt misschien voor drukke en wat impulsieve kinderen binnen de normale variatie, inderdaad meestal jongens, maar niet voor kinderen met ADHD. Die hebben er echt last van (dat is overigens een belangrijk criterium in de diagnostiek; het moet ook negatieve gevolgen hebben voor het individu, anders is er geen sprake van een stoornis).

De werkelijkheid is anders: uit veel onderzoek blijkt dat mensen met ADHD meer kans hebben op:
- gebroken schoolcarrieres, schoolverlaten zonder diploma
- “12 ambachten -13 ongelukken”; conflicten op het werk
- verkeersovertredingen
- verslavingsgedrag (nicotine, alcohol en andere)
- gebroken relaties

Dat is wat je noemt een levensbedervende stoornis.
Voor een deel van de patiënten met ADHD is het wel zo dat op een gegeven moment de situatie stabiliseert, meestal op jongvolwassen leeftijd. Dat heeft ongetwijfeld te maken met uitrijping (van de hersenen) en ontwikkeling en aanleren van compensatiemechnismen.

“Medicatie (Ritalin) bij ADHD werkt hooguit 2-3 jaar en dan niet meer.”
Dat is beslist niet de ervaring van ADHD-behandelaars. Mevrouw Batstra (en anderen) baseren deze uitspraak waarschijnlijk op een van de eerste grote studies met methylfenidaat (Ritalin), waarin inderdaad bleek dat er na verloop van tijd geen verschil meer was in symptoomscores tussen de behandelde en niet behandelde groep. Deze studie kreeg in dit opzicht veel kritiek omdat onduidelijk is hoe de medicatie begeleid werd. Af en toe zijn namelijk aanpassingen nodig en als je dat niet doet (dat vereist enige ervaring) dan lijkt het net alsof de medicatie niet werkt, terwijl het probleem het gebrek aan medische begeleiding is. Dat zien we helaas in de praktijk ook vaak gebeuren. Mensen krijgen bij een GGZ-instelling de diagnose ADHD, er wordt behandeling met o.a. medicatie ingesteld, dat werkt een tijdje prima en dan worden ze terugverwezen naar de huisarts, die jarenlang de medicatie ongewijzigd continueert zonder systematisch te evalueren wanneer aanpassingen nodig zijn.

“Medicatie heeft veel bijwerkingen.”
Dat is in zijn algemeenheid niet juist. De meeste kinderen hebben nauwelijks of geen last van bijwerkingen. En veel bijwerkingen (b.v. hoofdpijn, buikpijn) zijn van voorbijgaande aard en er valt goed mee om te gaan als er voldoende medische begeleiding (toegankelijkheid en bereikbaarheid van de dokter voor telefonisch of e-mail overleg). Twee bijwerkingen komen wel vaak voor: minder eetlust en invloed op het in slaap komen. Het eerste is medisch gezien in Nederland vrijwel nooit een problemen het tweede is meestal goed te ondervangen met al dan niet tijdelijk melatonine.
In de praktijk geldt: ouders (en kinderen) zijn alleen gemotiveerd om medicijnen te geven/slikken als de balans tussen voordelen en nadelen positief is.

Ook belangrijk: er zijn vooralsnog – na meer dan 50 jaar gebruik van methylfenidaat – geen aanwijzingen dat er blijvende nadelige gevolgen zijn van langdurig gebruik van methylfenidaat.

“..zoek hulp in de eerstelijnsgezondheidszorg, bij de huisarts of een orthopedagoog”
Daar is in eerste instantie natuurlijk niets mis mee, alleen is het voor ouders en kinderen vervelend als er door ideologische overtuigingen onnodig lang medicamenteuze therapie wordt onthouden, waar in wezen een gecombineerde aanpak de voorkeur verdient.

Zie ook de multidisciplinaire CBO-richtlijn ADHD: http://www.cbo.nl/thema/Richtlijnen/Overzicht-richtlijnen/Gedragsstoornissen/


Blog van Carsten Lincke over Kindergeneeskunde en Gezondheidszorg

dinsdag 14 februari 2012

Gedrag Is Meer Dan Je Ziet

In het onderwijs worden leerkrachten steeds meer geconfronteerd met leerlingen die 'uitdagend' of 'ongepast' gedrag vertonen. Soms is het moeilijk vast te stellen of het gaat om een fase in de normale ontwikkeling van het kind, of dat er sprake is van risicovol, ontwrichtend gedrag.

Het is van groot belang dat leerkrachten beseffen dat gedragsproblemen niet alleen te wijten zijn aan de leerling. In duidelijke taal, met sprekende praktijkvoorbeelden en voorzien van recente onderzoeksgegeven legt Willem de Jong bloot welke factoren een rol kunnen spelen. Hij onderscheidt hierbij de domeinen 'de leerling', 'het gezin', 'de school' en 'de omgeving' en pleit voor een gedegen analyse van de totale situatie. Want wanneer gedragsproblematiek niet goed wordt onderkend en er niet professioneel op wordt gereageerd, gaan er nodeloos tijd en energie verloren.

Leidraad in het boek is: met kennis van zaken proactief werken. Anders gezegd: op grond van gegevens - en niet op grond van aannames - werken aan het professionaliseren van het pedagogisch en didactisch handelen.
Recensie(s)

De auteur behandelt de risicofactoren bij de leerling zelf, in het gezin, de school en de omgeving. De risicofactoren worden beschreven en er worden voorbeelden gegeven. De tekst bevat veel opsommingen die elkaar regelmatig overlappen, bijvoorbeeld van symptomen en risicofactoren. Een deel van de lijsten met symptomen komt uit het handboek van stoornissen, DSM-IV-TR. Speciale aandacht wordt besteed aan ADHD en de stoornissen ODD (oppositioneel opstandige gedragsstoornis) en CD (ernstige gedragsstoornis). Het gaat vooral om signalering en verwijzing.

In de grijze blokken staan veel voorbeelden. Het boek geeft veel en duidelijke informatie. Met name leerkrachten zullen van dit boek vooral leren dat de problematiek uiterst ingewikkeld is en dat ze nog veel meer kennis moeten vergaren om enigszins adequaat op de problemen te kunnen reageren.

Een boek dat als kennismaking met de problematiek vooral voor leerkrachten, jeugdleiders en andere professionele opvoeders geschikt is.

Zoeken in Bol.com