Posts tonen met het label Methoden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Methoden. Alle posts tonen

maandag 4 november 2013

Vlaamse CLB bezorgd om wildgroei alternatieve coaches

Van leer- en concentratieproblemen tot dyslexie en ADHD: voor elk probleem van leerlingen staat er tegenwoordig wel een kindercoach klaar. “Wij helpen ouders die door de lange wachtlijsten niet terechtkunnen bij het CLB of de school”, zeggen ze. Toch maken professionele hulpverleners zich zorgen over hun opmars. “Velen hebben niet genoeg bagage om echte problemen aan te pakken.”

Meditatie
Het fenomeen komt overgewaaid uit Nederland, maar ook in Vlaanderen zijn ze steeds populairder. Kindercoaches begeleiden kinderen en jongeren met de meest uiteenlopende problemen: angsten, gedrags- en sociaalemotionele problemen, leermoeilijkheden en concentratieproblemen … Sommigen beweren zelfs stoornissen zoals dyslexie of dyscalculie te kunnen behandelen. Nochtans hebben kindercoaches geen officieel erkend diploma om dit soort werk te doen. De meesten volgen een opleiding in Nederland of scholen zich om via zelfstudie, soms zelfs via onlinecursussen. Dat kan, want de titel ‘coach’ is niet beschermd: iedereen mag het aan de voordeur hangen. Dat maakt het moeilijk het kaf van het koren te scheiden.

“Wie zegt dat hij voor elk probleem een oplossing heeft, is een kwakzalver”
Stefan Grielens, directeur VCLB

Een van de pioniers op het vlak van kindercoaching in Vlaanderen is Daisy Demarez. Vier jaar geleden was ze nog secretaresse, vandaag werkt ze deeltijds als kindercoach in haar eigen thuispraktijk Anthe Kindercoaching. “Ik heb al altijd kinderen willen helpen”, legt ze haar carrièreswitch uit. “Heel veel kinderen hebben het moeilijk maar blijven in de kou staan. Hun ouders weten vaak niet hoe ze hen kunnen helpen, hun leraren hebben niet genoeg tijd voor hen en de wachttijd voor hulp via het CLB is te lang. Een kindercoach kan dan uitkomst bieden.”

Therapeutisch tekenen
De methoden die Daisy gebruikt, zijn net zo divers als de problemen die ze behandelt. “Ik start een begeleiding meestal met een sessie therapeutisch tekenen”, zegt Demarez. “Daarbij laat ik het kind vier tekeningen maken. Aan de hand van de tekeningen kan ik een grondige analyse van het kind maken: heeft het faalangst, wordt het gepest, heeft het dyslexie … Daarvoor moet je niet noodzakelijk psycholoog zijn”, vindt ze. “Aan de Schoonheidsschool in Antwerpen heb ik een opleiding tot lifecoach gevolgd. En via opleidingen in Nederland – waar kindercoaching veel bekender is – en zelfstudie heb ik me verder omgeschoold tot kindercoach.”

Kinderen met een leerprobleem helpt Demarez met de Matrixmethode, een studiemethode op basis van de eigen beleving van het kind. “Ik help ze de leerstof die ze op school in woorden krijgen, om te zetten naar beelden. Een jongen die last heeft met rekenen, laat ik het honderdveld op een voetbalveld zetten. Een meisje dat moeite heeft met spelling, leer ik bijvoorbeeld om de juiste schrijfwijze te onthouden door ze op te slaan in kamers in een poppenhuis. Dat helpt beelddenkers om de leerstof beter te onthouden. Bij kinderen met dyslexie, die vaak beelddenkers zijn, werkt dat heel goed. Vijf sessies volstaan om de methode aan te leren. Daarna kunnen kinderen er zelf mee aan de slag. Heel vaak loont het de moeite om eerst eens bij een kindercoach aan te kloppen. En baat het niet, dan schaadt het niet.”

Stefan Grielens, directeur VCLB: “We werken alleen samen met mensen met de juiste diploma’s”

‘Kwakzalvers’
“De populariteit van kindercoaches past in een maatschappelijke trend waarbij we steeds meer belang hechten aan onze kinderen”, zegt Stefan Grielens, directeur van de koepel van de vrije Centra voor Leerlingenbegeleiding. “Ouders willen voor het kleinste probleem onmiddellijk een oplossing. Hun omgeving zet hen daar ook toe aan. Omdat ze zelf niet zeker zijn hoe ze hun kind kunnen helpen, gaan ze op zoek naar externe hulp. Zelfverklaarde ‘specialisten’ als de kindercoaches spelen daar gretig op in. Ze geloven oprecht dat ze goed werk leveren maar wie zegt dat hij voor elk probleem een oplossing heeft, is een kwakzalver”, vindt Grielens.

“Door aandacht te geven aan het kind en zijn probleem te erkennen, voelt het zich wellicht even beter. Maar als er echt iets aan de hand is, los je het zo niet op. Ze zijn ook niet goedkoop. Het ziekenfonds komt niet tussen in de kosten. Hulp inschakelen is trouwens heel vaak niet nodig. Ouders kunnen heel veel zélf doen, gewoon door tijd te maken om met hun kind te praten. Daar heb je heus geen kindercoach voor nodig.”

Ook zelfstandig kinderpsycholoog Klaar Hammenecker maakt zich zorgen over hun opmars. “Professionele hulpverleners zoals psychologen of logopedisten volgen vele jaren hogere studies. Dat kindercoaches zich op ons terrein begeven, is te gek voor woorden. Ze kunnen ernstige fouten maken die voor blijvende schade zorgen. Kindercoaches geven kinderen en ouders de indruk dat er voor elk probleem een pasklaar antwoord bestaat. Maar dat is niet zo. Falen hoort nu eenmaal bij de normale ontwikkeling van een kind. Kinderen moeten daarmee leren omgaan. Een kindercoach die beweert dat hij dyslexie of een concentratiestoornis in enkele sessies kan oplossen, maakt je gewoon blaasjes wijs.”

“Onze aanpak levert veel sneller resultaten op. Daardoor hebben wij geen wachtlijsten”
Nicole Ooms, kindercoach

Geen wachtlijst
Volgens de kindercoaches levert hun aanpak nochtans veel sneller resultaten op dan die van de professionele hulpverleners. “Daardoor heb ik ook geen wachtlijst van enkele maanden zoals het CLB of kinderpsychologen”, zegt coach Nicole Ooms, in een vorig leven secretariaatsmedewerkster op een school. “Ik keur het werk van CLB of logopedisten zeker niet af maar een kindercoach heeft gewoon een andere aanpak. Je moet je blik durven verruimen.” Daarom organiseert Ooms sinds kort ook zelf opleidingen tot kindercoach met haar vzw Het Vrolijke Stekje. “Deze opleiding is bijzonder populair bij leraren. In tien lessen leren ze de belangrijkste technieken. Daarna kunnen ze zelfstandig aan de slag om kinderen met eenvoudige technieken beter met hun problemen te leren omgaan.”

Greet Mussels, leraar in het eerste leerjaar, volgde enkele maanden geleden een opleiding tot kindercoach en is bijzonder enthousiast. “Ons onderwijs concentreert zich vooral op het cognitieve”, zegt Mussels. “Alleen de punten tellen. Voor het sociaal-emotioneel welbevinden van het kind hebben scholen minder oog. Terwijl heel wat kinderen met problemen zitten waardoor ze slechter presteren. Scholen kunnen er ook voor zorgen dat kinderen zich goed in hun vel voelen. Want kinderen die zich goed voelen, presteren ook beter. Kindercoaching kan daarbij helpen, al heb ik ook heel wat andere opleidingen gevolgd rond sociaal-emotionele begeleiding van kinderen.”

Zweverig
Mussels beseft dat sommige technieken zweverig lijken. “Ik had mijn twijfels bij technieken als EFT (zie kaderstuk, nvdr). Maar ik heb het toegepast bij een meisje met faalangst en het werkt.” Ze ging in haar klas ook al aan de slag met creatieve verwerking. “Door leerlingen tekeningen te laten maken, merkte ik dat een aantal van hen met een probleem zaten waarover ze niet uit zichzelf zouden praten. De ouders zijn enthousiast. Ze merken dat de technieken effect hebben. Ik geef ze tips die ze thuis kunnen toepassen. Ook de directie en de zorgcoördinator van mijn school zijn overtuigd van de meerwaarde. Sinds dit schooljaar ben ik daarom twee uur vrijgeroosterd om leerlingen die het sociaalemotioneel moeilijk hebben te coachen en hun welbevinden preventief te verhogen. We komen hiermee niet in het vaarwater van logopedisten en psychologen. Kinderen met echte leerproblemen verwijzen we door.”

“Een leraar is geen hulpverlener. Hij moet geen therapie aanbieden in de klas. Ook niet op een speelse manier”
Stefan Grielens, directeur VCLB

Niet op elke school krijgen kindercoaches zo’n warm welkom. “Alleen als de ouders het vragen, contacteer ik de school om problemen van cliënten te bespreken. Vaak brengen de ouders de school zelf op de hoogte. We komen wel niet samen voor overleg”, zegt Daisy Demarez. “Vooral CLB’s zien dat jammer genoeg niet zitten. Volgens mij weten ze onvoldoende wat we doen. Nochtans zouden ze heel veel leerlingen kunnen helpen door hen naar ons door te verwijzen.” Ook Ooms overlegt niet altijd met de scholen van de kinderen die ze begeleidt. “Ik vraag wel altijd de gegevens van de school. Als het over schoolse problemen gaat, neem ik in overleg met de ouders contact op met de school. Soms komen kinderen zelfs op advies van hun leraar bij mij.”

Lobbywerk
Om de samenwerking tussen kindercoaches en de school te verbeteren, richtte ‘lifecoach’ en leraar Sabine Maes het platform ‘CoachPlan’ op. Ze lobbyt daarmee bij de overheid. Voorlopig zonder concreet resultaat. “Tot enkele jaren geleden was ik ook zorgleraar. Jammer genoeg vielen die uren weg. Omdat ik heel wat positieve reacties kreeg en kinderen wilde blijven helpen, startte ik in bijberoep als lifecoach. Heel veel kinderen en jongeren hebben het moeilijk en hebben hulp nodig. Maar vaak komen ze op een wachtlijst terecht. Coaches zouden kunnen helpen om dat probleem op te lossen. Nu al werken scholen vaak samen met psychologen en logopedisten. Het zou mooi zijn als ze ook met kindercoaches zouden samenwerken”, vindt Maes.

Stefan Grielens houdt de boot liever af. “Het CLB werkt wel degelijk samen met andere hulpverleners. Maar we gaan uiteraard alleen in zee met hulpverleners met ‘de juiste papieren’. En dat kan frustrerend zijn voor wie niet over die papieren beschikt. Bovendien sturen scholen leerlingen nu al te snel door naar externe privéhulpverleners omdat ze hen zogezegd niet kunnen helpen. Samenwerken met kindercoaches zou die trend alleen maar versterken. De overheid moet dringend een wettelijke regeling uitwerken met kwaliteitscriteria voor therapeuten die zich op kinderen richten. Zo wordt het voor iedereen makkelijker om het kaf van het koren te scheiden.”

“Kindercoaches werken bijna uitsluitend met het kind zelf. Dat is een groot verschil met de aanpak van het CLB, dat via een getrapt systeem is ingebed in het zorgbeleid van de school”, zegt Grielens. “Wij kijken naar wat de school en de ouders kunnen doen om het kind te helpen. Zo zorg je ook voor oplossingen op langere termijn. Door een leraar tips te geven over hoe hij moet omgaan met faalangst, help je in één klap heel veel kinderen.” Hij begrijpt wel dat de opleidingen tot kindercoach populair zijn bij leraren. “Ze zoeken handvatten om hun leerlingen sociaal-emotioneel zo goed mogelijk te helpen. Dat is goed, maar sommigen gaan daarin te ver. Een leraar is geen hulpverlener. Hij moet geen therapie aanbieden in de klas. Ook niet op een speelse manier. Een leraar moet er zijn voor zijn leerlingen, oog hebben voor hun problemen en op tijd de interne leerlingenbegeleiding of het CLB inschakelen. Niet minder, maar ook niet meer. Waar eindigt het anders?”

“Het succes van de kindercoaches toont aan dat er iets schort aan de ‘klassieke’ hulpverlening. Alleen zijn hun technieken niet onderbouwd.”
Stijn Vanheule, professor psychoanalyse Ugent

Kind centraal
“Het succes van de kindercoaches toont aan dat er wel degelijk iets schort aan de aanpak van sommige ‘klassieke’ hulpverleners”, besluit professor psychoanalyse Stijn Vanheule (UGent). “Veel kindercoaches kiezen voor een speelse en creatieve aanpak en zetten het kind centraal. Dat slaat aan. Dat moet hulpverleners aanzetten tot nadenken. Uiteraard moeten ze de methoden van kindercoaches niet klakkeloos overnemen. Maar ze kunnen hun succes aangrijpen om hun eigen manier van werken te evalueren en na te denken over methoden die beter aansluiten bij de leefwereld van het kind.”

Vanheule waarschuwt ouders en scholen wel voor de werkwijze van sommige coaches. “Ze menen het wellicht goed maar beschikken niet over een degelijke wetenschappelijke achtergrond. Hun technieken zijn totaal niet onderbouwd. Ze hebben onvoldoende bagage om échte problemen aan te pakken. Het diploma blijft de beste manier om het kaf van het koren te scheiden. Dat moet niet per se een universitair diploma psychologie te zijn. Een leraar die een bijkomende opleiding volgt aan een erkende instelling kan ook. Maar iemand met een totaal andere achtergrond die zich via enkele sessies omschoolt, zou ik zeker niet aanraden.”

Kloppen tegen faalangst
De technieken die kindercoaches gebruiken zijn net zo divers als de problemen die ze behandelen. Een overzicht van de populairste technieken:

  • Creatieve coaching: het kind uit zijn of haar emoties door middel van creatieve opdrachtjes (tekenen, kleien enz.) Zo krijgt de coach een stukje toegang tot de belevingswereld van het kind.
  • Matrixmethode: een studiemethode op basis van de eigen beleving van het kind. De coach helpt het kind de leerstof dat het op school in woorden krijgt, om te zetten naar beelden.
  • Emotional Freedom Techniques (EFT): een vorm van acupunctuur zonder naalden. Negatieve emoties die zich vastzetten op de energiebanen in het lichaam worden geneutraliseerd door letterlijk op de ‘acupressuurpunten’ te kloppen.
  • Bach-bloesemtherapie: een therapie op basis van vloeibare plantenextracten. De druppeltjes helpen om negatieve emoties en problemen zoals (faal)angst, gebrek aan zelfvertrouwen, ADHD, concentratieproblemen … om te buigen naar hun positieve tegenpool.
  • Braingym: een reeks eenvoudige bewegingsoefeningen die voor een beter communicatie tussen het brein en de rest van het lichaam zorgen.
  • Visualisatie en meditatie: mediteren helpt volgens de coaches kinderen te ontspannen. Het verbetert de sfeer en bevordert de creativiteit, fantasie en persoonlijke groei.





donderdag 31 januari 2013

Therapeutenhandleiding ADHD

het ADHD-werkboek

Therapeuten werkzaam in een instelling of eigen praktijk binnen de kinder- en jeugd psychiatrie kunnen met dit draaiboek een groepstraining opzetten voor kinderen met ADHD van het gecombineerde type en/of het overwegend hyperactief/impulsieve type aangeduid als ADHD. Bij de training hoort het Werkboek ADHD-groep en het verhalende kinderboek Zo snel als een... Deelnemers aan de groep horen deze boeken aan te schaffen en mee te nemen naar elke bijeenkomst.

In het draaiboek voor de groepstraining is iedere stap uitvoerig en volledig beschreven en bevat voorbeelden van ouderbrieven en -uitleg, vragenlijsten, diploma, diverse kaartjes en ophangposters die te downloaden zijn voor gebruik in de groep.

De training bestaat uit vijf bijeenkomsten van elke 1,5 uur voor maximaal 6 kinderen, van 9 tot 12 jaar en wordt gegeven door twee hulpverleners/trainers. Doel van de bijeenkomsten is de kennis over ADHD van de kinderen te vergroten (psycho-educatie). Een ander belangrijk aspect is het kunnen delen van hun ervaringen met andere kinderen. Er wordt geoefend met positief denken en gewerkt met zowel een individueel als groepsbeloningssysteem.



vrijdag 30 november 2012

Aan de slag met ADHD

een praktisch werkboek voor volwassenen om executieve functies te versterken

Om in de huidige maatschappij goed te kunnen functioneren, is het van belang om te kunnen plannen, organiseren en je tijd in te delen. Helaas hebben juist mensen met ADHD hier grote moeite mee: hun brein schiet vaak alle kanten op.

In AAN DE SLAG MET ADHD biedt Ari Tuckman effectieve en direct toepasbare oefeningen gebaseerd op de meest recente inzichten over het brein en ADHD. Op die manier kunnen executieve functies zoals aandacht, werkgeheugen, timemanagement en impulscontrole worden versterkt, impulsen beheerst en doelen bereikt.

"Tuckman biedt een exceptionele vertaling van wetenschappelijke inzichten naar een zeer praktisch werkboek voor volwassenen met ADHD" - Russell Barkley

- Praktisch werkboek met nadruk op doen: beknopte informatie wordt afgewisseld met veel oefeningen
- Speciaal voor volwassenen met ADHD, maar ook voor iedereen die zijn executieve functies wil versterken
- ARI TUCKMAN is psycholoog en gespecialiseerd in de diagnose en behandeling van ADHD. Hij is auteur van diverse succesvolle boeken voor volwassenen met ADHD.



zaterdag 3 november 2012

Train werkgeheugen kinderen bij adhd

Naar schatting 50.000 tot 60.000 kinderen in Nederland hebben de diagnose aandachtstekortstoornis ADHD. De discussie over de juiste behandeling spitst zich voor al toe op wel of geen medicatie. Een zeer intensieve training van het werkgeheugen kan bij kinderen met adhd een effectieve methode zijn om hun aandacht en concentratie te verbeteren, zo lezen we in spitsnieuws.

Kinderen met ADHD zijn volgens klinisch psycholoog Wytze van der Zwaag voortdurend op zoek naar prikkels om ’geconcentreerd te blijven’. „Anders gaan ze bewegen, en druk doen. Bij internet en tv wordt het probleem van concentratie juist groter omdat hun werkgeheugen te weinig wordt belast en slechter wordt, terwijl het bijvoorbeeld voor taal en rekenen essentieel is.”

De Zweedse professor Klingberg ontwikkelde de methode Cogmed waarbij het ’falend’ aandachtssysteem juist zeer intensief getraind wordt met computerspelletjes vijf weken lang, vijf dagen per week, elke dag veertig minuten, op de toppen van hun kunnen. Door zware training treden er volgens Van der Zwaag veranderingen op in gedrag en leerprestaties.

Orthopedagoog Paul Leseman van de universiteit van Utrecht is terughoudender over de resultaten van deze methode. Het zijn vooral ouders die het betere gedrag na de training van het werkgeheugen rapporteren maar op school blijken die resultaten minder meetbaar. Leseman is een voorstander van het trainen van aandacht en het werkgeheugen in levensechte situaties, dus in de klas, in een real life context, waarbij je bijvoorbeeld begeleiding van de aandacht bij leertaken kan bieden wat langdurige effecten lijkt te bieden.

Klinisch psycholoog Sebastiaan Dovis, die bij de universiteit van Amsterdam(UvA) promoveert op ADHD is nog niet overtuigd van de de methode. Volgens hem staat het trainen van het werkgeheugen en onderzoek naar het effect ervan nog in de kinderschoenen. Er zijn eerste onderzoeken die goede resultaten boeken maar er zijn ook zeer recente studies die geen verbetering aangeven in vergelijking met een placebotraining.

Bron: ggznieuws


zaterdag 20 oktober 2012

Lancering ADHD voor Kids


Op woensdag 17 oktober hebben Charly Luske en Ron Boszhard samen met de kinderen het psycho-educatieprogramma www.adhdvoorkids.nl gelanceerd tussen de giraffen in Burgers’ Zoo.

Drie op de honderd Nederlandse kinderen worstelen met ADHD. Het informeren van kinderen over hun aandoening is een belangrijk onderdeel van de behandeling. Karakter heeft daarom een online psycho-educatieprogramma ontwikkeld voor kinderen met ADHD van 6 tot 8 jaar.

Speurtocht door Burgers’ Zoo op zoek naar dieren met ADHD kenmerken
De giraffe is één van de dierlijke hoofdrolspelers in het online programma dat kinderen vanuit een positieve invalshoek leert wat ADHD nu eigenlijk is en hoe ze er goed mee om kunnen leren gaan. De kinderen kregen allemaal een giraf pet op en gingen samen met Charly Luske en Ron Boszard opzoek naar de ADHD kenmerken bij andere dieren in de dierentuin. 

Visueel prikkelende en stimulerende psycho-educatie voor jonge kinderen
In drie fasen komt het kind meer te weten over ADHD. Vijf vrolijke dieren leiden het kind in de eerste fase langs educatieve spelletjes en leggen uit wat ADHD precies is. In het tweede deel vertellen bekende en onbekende Nederlanders met ADHD hoe zij deze stoornis ervaren en benadrukken ook positieve aspecten van ADHD. Zo wordt het zelfbeeld van een kind positief beïnvloed. De laatste fase draait om herkenning en acceptatie van de eigen specifieke kenmerken. In drie weken leert het kind meer over ADHD en over zichzelf!

Voor wie?
Kinderen kunnen het programma zelfstandig doorlopen, onder begeleiding van ouders/verzorgers. Ook is het zeer geschikt als ondersteuning bij de behandeling van ADHD door psychologen, orthopedagogen en remedial teachers.

Over de auteurs
ADHD voor kids is ontwikkeld in samenwerking met Karakter. Karakter is het expertisecentrum voor complexe kinder- en jeugdpsychiatrie dat jaarlijks ruim 5.500 patiënten begeleidt en behandelt. Meer informatie over Karakter vindt u op www.karakter.com.

Meer informatie en bestellen?
Ga naar de website www.adhdvoorkids.nl en lees het verslag op www.burgerszoo.nl
ADHD voor kids is vanaf 18 oktober te bestellen via www.uitgeverijboom.nl

http://www.adhdvoorkids.nl/


maandag 23 april 2012

'ADHD voorkomen door diagnose niet te stellen'..???

Door: Carsten Lincke; Kinderarts / Pediatrician Maasstadziekenhuis Rotterdam, Opleider Kindergeneeskunde.

Dat klinkt wel erg simpel – en dat is het ook; pijnlijk simpel voor duizenden – kinderen, jongeren en volwassenen – die zelf last hebben van ADHD (of ADD). Als iemand zou voorstellen om kanker te voorkomen door de diagnose kanker niet te stellen, niemand zou veel aandacht besteden aan zo’n absurditeit. Maar als het over ADHD, autisme of andere hersenaandoeningen gaat, dan vinden dit soort wonderlijke voorstellen gretig gehoor bij media en publiek. Het is de laatste tijd erg populair om psychische en psychiatrische klachten te bagatelliseren en professionele zorg hiervoor als overdreven luxe te bestempelen.

Dat was ook het geval in Tros Nieuwsshow van ZA 21-04-2012. Laura Batstra, een opvoedkundige (orthopedagoge), die al jaren geen patiënten meer behandeld, kreeg uitgebreid de gelegenheid om haar eenzijdige kijk op de werkelijkheid opnieuw onder de aandacht te brengen. ADHD is gewoon een opvoedingsprobleem en dokters die Ritalin voorschrijven zijn door cadeautjes van de farmaceutische industrie gemanipuleerd. Dat is samengevat de visie van Batstra op een stoornis die weliswaar niet levensbedreigend, maar voor velen levensbedervend is.

De stellingen van Laura Batstra in Tros Nieuwsshow hier nog eens op een rij:

ADHD bestaat niet want het is geen neurobiologische hersenziekte
ADHD is maar wat we zo noemen.

  • ADHD is geen aandoening maar een aanduiding voor een opvoedingsprobleem dat met de juiste opvoedkundige maatregelen goed te behandelen is.
  • In de meeste gevallen gaat het weer over en komt het uiteindelijk wel goed.
  • Medicatie (Ritalin) bij ADHD werkt hooguit 2-3 jaar en dan niet meer.
  • Medicatie heeft veel bijwerkingen.
  • Haar advies: zoek hulp in de eerstelijnsgezondheidszorg, bij de huisarts of een orthopedagoog.
Over al deze punten is enorm veel geschreven en onderzocht. Op basis van dit wetenschappelijk bewijs zijn in vele landen, ook in Nederland, door deskundigen uit verschillende disciplines “evidence based” richtlijnen opgesteld voor de diagnostiek en behandeling van ADHD. De belangrijkste argumenten tegen de stellingen van Batstra vat ik hier samen, aangevuld met voorbeelden uit de dagelijkse praktijk.

“ADHD bestaat niet want het is geen neurobiologische hersenziekte”
Er is geen serieuze wetenschapper die niet overtuigd is van een neurobiologische oorzaak van ADHD (en ADD). Onderzoek over hoe ADHD-medicijnen werken op hersencelniveau en onderzoek met zogenaamde functionele MRI-scans heeft ons inzicht gegeven in wat en waar mis gaat (of anders is, zo je wilt) in de hersenen van mensen met ADHD en ADD. ADHD-medicijnen zoals methylfenidaat (de werkzame stof in Ritalin) beïnvloeden aanmaak, het hergebruik of de afbraak van bepaalde chemische lichaamseigen boodschapperstoffen (neurotransmitters) in de hersenen. Uiteindelijk leidt dit tot een betere filterfunctie voor uitwendige of inwendige afleidende of impulsieve prikkels.

In mijn eigen spreekkamer vindt ik het altijd frappant hoe duidelijk erfelijke factoren meespelen en terug te vervolgen zijn in één of beide ouderlijke families. Dit blijkt de laatste jaren ook uit genetisch onderzoek, al zijn er meerdere genen betrokken bij ADHD/ADD.

Het is geen uitzondering dat één van de ouders een paar maanden nadat er een behandeling voor ADHD bij een kind in het gezin is ingesteld spontaan vertelt dat hij/zij bij zich zelf ook ADHD/ADD kenmerken herkent en soms om verwijzing vraagt voor nader onderzoek. Anderen herkennen wel dezelfde problemen maar realiseren zich dat zij door intelligentie of omgevingsfactoren (b.v. een kleine, rustige klas, ervaren leraren of docenten) minder last hebben gehad, waardoor zij van negatieve gevolgen verschoond gebleven zijn.

“ADHD is maar wat we zo noemen”
Dat is in zekere zin natuurlijk waar. Net zo als intelligentie dat is wat een intelligentest meet. Daaruit kun je niet afleiden het concept ” intelligentie” waardeloos is. ADHD en ADD (aandachtstekort zonder hyperactiviteit) zijn gedefinieerd op basis van herkenbare symptomen en criteria (zie b.v. http://www.trimbos.nl/onderwerpen/psychische-gezondheid/adhd/symptomen). En die criteria worden doorgaans getoetst m.b.v. vragenlijsten die door ouders, leerkracht en jongere zelf worden ingevuld. Het feit dat je over de weging van sommige symptomen kunt discussiëren maakt het hele concept nog niet onzinnig. Bij veel lichamelijke aandoeningen is het simpeler:
De diagnose kanker is meestal te stellen door bloedtesten, roentgen- en weefselonderzoek. Dat kan bij ADHD niet – er is (nog) geen bloedtest of hersenscan die de diagnose onomstotelijk bevestigd. Het is vooralsnog een zogenaamde “klinische diagnose” (het voldoen aan bepaalde klinische criteria).

Dat geldt overigens ook voor een aantal ernstige en minder ernstige ziekten (om maar een paar te noemen: acuut reuma, de ziekte van Kawasaki, obstipatie, depressie) waarvoor we nog geen betrouwbare diagnostische test hebben.

“ADHD is geen aandoening maar een aanduiding voor een opvoedingsprobleem dat met de juiste opvoedkundige maatregelen goed te behandelen is”
Dit is een grote miskenning van een ernstig probleem. Van mijn collega Rob Rodrigues Pereira, kinderarts en één van de pioniers op het gebied van ADHD in Nederland, heb ik in dit verband ooit de karakterisering “niet levensbedreigend maar wel levensbedervend” genoteerd. Iedereen die serieus patiënten begeleid met ADHD – en ze niet alleen met wat goedbedoelde opvoedingsadviezen naar huis stuurt – zal dit beamen.

Wij zien met regelmaat gezinnen op ons spreekuur, die van alles geprobeerd hebben, die hun best gedaan hebben om de structuur thuis en op school op orde te krijgen, die van het kastje naar de muur gestuurd werden, die te maken kregen met eindeloze wachtlijsten en steeds wisselende behandelaars in de GGZ. Soms zijn er prachtige rapporten door orthopedagogen geschreven waaruit je zo de criteria voor ADHD kunt destilleren, maar ja, er ontbreekt ergens een kruisje, b.v. omdat de leerkracht het probleem ontkent (dat zie je nogal eens bij meisjes met ADD, die zijn gewoon ” dromerig” niemand tot last, behalve zichzelf). Om dan te roepen dat het alleen maar een lastig opvoedingsprobleem is, dat ervaren veel van deze ouders als miskenning en belediging. Daar waar we ervan overtuigd zijn dat er geen winst meer te behalen is uit betere structurering en orthopedagogische maatregelen, is uitstel van medicamenteuze behandeling zinloos en in zekere zin ook wreed. Natuurlijk zijn er ook gebroken gezinnen met ernstige conflicten tussen ouders en allerlei sociale problematiek, waarbij ADHD bij het kind (en de ouders?) slechts één van de problemen is. Het is duidelijk dat er dan meer moet gebeuren, maar ook hier geldt geregeld dat sommige zaken veel beter lopen met medicamenteuze ondersteuning (een voor velen herkenbare oorzaak/gevolgketen: minder impulsiviteit, minder ruzie, minder negatieve feedback, minder geschreeuw, betere sfeer, betere toegankelijkheid voor positieve benadering). Nog afgezien van het feit dat coachen van gezinnen door de JGZ en/of GGZ vaak moeizaam en pas na lange aanloop tot stand komt.

“In de meeste gevallen gaat het weer over en komt het uiteindelijk wel goed”.
Ik heb de indruk dat dit te maken heeft met een beperkt gezichtsveld en selectieve waarneming. Dat geldt misschien voor drukke en wat impulsieve kinderen binnen de normale variatie, inderdaad meestal jongens, maar niet voor kinderen met ADHD. Die hebben er echt last van (dat is overigens een belangrijk criterium in de diagnostiek; het moet ook negatieve gevolgen hebben voor het individu, anders is er geen sprake van een stoornis).

De werkelijkheid is anders: uit veel onderzoek blijkt dat mensen met ADHD meer kans hebben op:
- gebroken schoolcarrieres, schoolverlaten zonder diploma
- “12 ambachten -13 ongelukken”; conflicten op het werk
- verkeersovertredingen
- verslavingsgedrag (nicotine, alcohol en andere)
- gebroken relaties

Dat is wat je noemt een levensbedervende stoornis.
Voor een deel van de patiënten met ADHD is het wel zo dat op een gegeven moment de situatie stabiliseert, meestal op jongvolwassen leeftijd. Dat heeft ongetwijfeld te maken met uitrijping (van de hersenen) en ontwikkeling en aanleren van compensatiemechnismen.

“Medicatie (Ritalin) bij ADHD werkt hooguit 2-3 jaar en dan niet meer.”
Dat is beslist niet de ervaring van ADHD-behandelaars. Mevrouw Batstra (en anderen) baseren deze uitspraak waarschijnlijk op een van de eerste grote studies met methylfenidaat (Ritalin), waarin inderdaad bleek dat er na verloop van tijd geen verschil meer was in symptoomscores tussen de behandelde en niet behandelde groep. Deze studie kreeg in dit opzicht veel kritiek omdat onduidelijk is hoe de medicatie begeleid werd. Af en toe zijn namelijk aanpassingen nodig en als je dat niet doet (dat vereist enige ervaring) dan lijkt het net alsof de medicatie niet werkt, terwijl het probleem het gebrek aan medische begeleiding is. Dat zien we helaas in de praktijk ook vaak gebeuren. Mensen krijgen bij een GGZ-instelling de diagnose ADHD, er wordt behandeling met o.a. medicatie ingesteld, dat werkt een tijdje prima en dan worden ze terugverwezen naar de huisarts, die jarenlang de medicatie ongewijzigd continueert zonder systematisch te evalueren wanneer aanpassingen nodig zijn.

“Medicatie heeft veel bijwerkingen.”
Dat is in zijn algemeenheid niet juist. De meeste kinderen hebben nauwelijks of geen last van bijwerkingen. En veel bijwerkingen (b.v. hoofdpijn, buikpijn) zijn van voorbijgaande aard en er valt goed mee om te gaan als er voldoende medische begeleiding (toegankelijkheid en bereikbaarheid van de dokter voor telefonisch of e-mail overleg). Twee bijwerkingen komen wel vaak voor: minder eetlust en invloed op het in slaap komen. Het eerste is medisch gezien in Nederland vrijwel nooit een problemen het tweede is meestal goed te ondervangen met al dan niet tijdelijk melatonine.
In de praktijk geldt: ouders (en kinderen) zijn alleen gemotiveerd om medicijnen te geven/slikken als de balans tussen voordelen en nadelen positief is.

Ook belangrijk: er zijn vooralsnog – na meer dan 50 jaar gebruik van methylfenidaat – geen aanwijzingen dat er blijvende nadelige gevolgen zijn van langdurig gebruik van methylfenidaat.

“..zoek hulp in de eerstelijnsgezondheidszorg, bij de huisarts of een orthopedagoog”
Daar is in eerste instantie natuurlijk niets mis mee, alleen is het voor ouders en kinderen vervelend als er door ideologische overtuigingen onnodig lang medicamenteuze therapie wordt onthouden, waar in wezen een gecombineerde aanpak de voorkeur verdient.

Zie ook de multidisciplinaire CBO-richtlijn ADHD: http://www.cbo.nl/thema/Richtlijnen/Overzicht-richtlijnen/Gedragsstoornissen/


Blog van Carsten Lincke over Kindergeneeskunde en Gezondheidszorg

zaterdag 25 februari 2012

Van Adhd Tot Vmbo

Een Abc Van Stoornissen En Theorieen

Kinderen die het moeilijk hebben, die in hun omgeving te maken krijgen met verstoorde en verstorende relaties en situaties komen gelukkig dikwijls op de goede plek terecht. Ze krijgen te maken met docenten, groepsleiders en pleegouders die met het hart op de juiste plaats en gewapend met adequate vakkennis doen wat ze kunnen om deze kinderen te begeleiden. De problemen zijn steeds complexer en de kennis daarover breidt zich steeds uit.

Vanuit de behoefte deze kennis op een bondige en overzichtelijke manier bij te houden zijn de columns in deze bundel ontstaan.

De auteur, psycholoog en gedragswetenschapper, heeft in samenwerking met Horizon (Instituut voor Jeugdzorg en Onderwijs) een aantal van haar columns over de meest voorkomende stoornissen bij kinderen gebundeld. In eenvoudige bewoordingen beschrijft zij niet alleen 21 stoornissen, maar ook negen behandelingen en twaalf 'theorieen'.

Voorbeelden van stoornissen zijn angststoornissen, borderline persoonlijkheidsstoornis en dyslexie. Onder behandelingen vallen onder meer gedragstherapie, de verwerking van pesten op school en rouwverwerking. Als theorieen worden intelligentie- en beroepskeuzeonderzoek, medicatie en verschillende vormen van (speciaal) onderwijs genoemd.

Norma van Maaren heeft haar vakkennis en die van haar collega's zeer toegankelijk samengevat . De bundel pretendeert niet volledig te zijn, maar beschrijft en verklaart veel voorkomende begrippen en diagnoses. Het is een overzichtelijk en prettig leesbaar handvat voor al die vakmensen in de jeugdzorg.




woensdag 22 februari 2012

Wat werkt bij ADHD?

Symptomen van ADHD kunnen het beste worden behandeld met een combinatie van medicatie (methylfenidaat, zoals Ritalin of Concerta) en (cognitieve) gedragstherapie. Daarnaast is psycho-educatie een belangrijk onderdeel van de behandeling. De laatste jaren neemt de kennis over andere behandelingen toe. Zo laten de eerste onderzoeken naar neurofeedback - het trainen van de hersenen - een bemoedigend beeld zien. Ook naar de invloed van voeding op ADHD wordt steeds meer onderzoek gedaan, met veelbelovende resultaten.

Doelen van de behandeling

De behandeling van ADHD richt zich op de volgende doelen:
  • het bestrijden en verminderen van de symptomen;
  • het beperken van de gevolgen van ADHD;
  • het verbeteren van het sociale functioneren;
  • het informeren van kinderen, ouders en leerkrachten over ADHD.


Pychosociale interventies
Pychosociale interventies kunnen gericht zijn op de ouders, maar ook op de school of op het kind zelf. Voor ouders is het belangrijk dat ze uitgebreide informatie krijgen over ADHD, zodat zij hun kind beter kunnen helpen en realistische verwachtingen krijgen van de behandeling. Ook gedragstherapeutische training voor ouders en leerkrachten kan helpen om probleemgedrag van het kind te verminderen. Voorbeelden van psychosociale interventies voor kinderen zijn (cognitieve) gedragstherapie en socialevaardigheidstraining.

Combinatie van behandelingen
Medicatie en psychosociale hulp kunnen gecombineerd worden. Psychosociale interventies zijn een alternatief voor medicijnen wanneer die niet aanslaan, te veel bijwerkingen hebben of bij het gezin op grote bezwaren stuiten.

Meer informatie
Een uitgebreide beschrijving over wat werkt bij ADHD vindt u in:
Wat werkt bij kinderen en jongeren met ADHD? (.pdf)

Een folder over de werkzame factoren:
Kinderen en jongeren met ADHD: Wat werkt?


dinsdag 14 februari 2012

Gedrag Is Meer Dan Je Ziet

In het onderwijs worden leerkrachten steeds meer geconfronteerd met leerlingen die 'uitdagend' of 'ongepast' gedrag vertonen. Soms is het moeilijk vast te stellen of het gaat om een fase in de normale ontwikkeling van het kind, of dat er sprake is van risicovol, ontwrichtend gedrag.

Het is van groot belang dat leerkrachten beseffen dat gedragsproblemen niet alleen te wijten zijn aan de leerling. In duidelijke taal, met sprekende praktijkvoorbeelden en voorzien van recente onderzoeksgegeven legt Willem de Jong bloot welke factoren een rol kunnen spelen. Hij onderscheidt hierbij de domeinen 'de leerling', 'het gezin', 'de school' en 'de omgeving' en pleit voor een gedegen analyse van de totale situatie. Want wanneer gedragsproblematiek niet goed wordt onderkend en er niet professioneel op wordt gereageerd, gaan er nodeloos tijd en energie verloren.

Leidraad in het boek is: met kennis van zaken proactief werken. Anders gezegd: op grond van gegevens - en niet op grond van aannames - werken aan het professionaliseren van het pedagogisch en didactisch handelen.
Recensie(s)

De auteur behandelt de risicofactoren bij de leerling zelf, in het gezin, de school en de omgeving. De risicofactoren worden beschreven en er worden voorbeelden gegeven. De tekst bevat veel opsommingen die elkaar regelmatig overlappen, bijvoorbeeld van symptomen en risicofactoren. Een deel van de lijsten met symptomen komt uit het handboek van stoornissen, DSM-IV-TR. Speciale aandacht wordt besteed aan ADHD en de stoornissen ODD (oppositioneel opstandige gedragsstoornis) en CD (ernstige gedragsstoornis). Het gaat vooral om signalering en verwijzing.

In de grijze blokken staan veel voorbeelden. Het boek geeft veel en duidelijke informatie. Met name leerkrachten zullen van dit boek vooral leren dat de problematiek uiterst ingewikkeld is en dat ze nog veel meer kennis moeten vergaren om enigszins adequaat op de problemen te kunnen reageren.

Een boek dat als kennismaking met de problematiek vooral voor leerkrachten, jeugdleiders en andere professionele opvoeders geschikt is.

vrijdag 10 februari 2012

Pelsser Voeding en Gedrag (PVG)-dieet


ADHD wordt in 60 procent van de gevallen veroorzaakt door overgevoeligheid voor gewone voedingsmiddelen. Dat stelt Lidy Pelsser, die op 10 oktober 2011 promoveerde op haar onderzoek aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Pelsser deed verschillende onderzoeken onder ruim 150 kinderen. Ongeveer de helft volgde een streng eliminatiedieet. De andere helft, de controlegroep, bleef eten zoals ze gewend waren. Pelsser bepaalde of het dieet effect had op ADHD-symptomen aan de hand van vragenlijsten die werden ingevuld door de ouders en bij een deel van de kinderen ook door de leerkracht.

Bij het eliminatiedieet mogen kinderen de eerste weken slechts een klein aantal voedingsmiddelen eten, zoals rijst, bloemkool en peer. Vervolgens worden stap voor stap voedingsmiddelen toegevoegd, waarna steeds wordt gekeken hoe het kind reageert. Zo wordt voor elk kind individueel bepaald welke voedingsmiddelen ADHD veroorzaken.

Pelsser vindt dat in de diagnostiek voortaan onderscheid gemaakt moet worden tussen klassieke ADHD en 'food-induced' ADHD.Het eliminatiedieet voor kinderen van 2 tot 15 jaar met ADHD beoogt het drukke gedrag van deze kinderen te normaliseren en daardoor medicijngebruik overbodig te maken. Wanneer na individueel onderzoek blijkt dat de ADHD-symptomen worden 'getriggerd' door voeding, wordt een hypoallergeen basisdieet voorgeschreven. Dit wordt vervolgens individueel proefondervindelijk uitgebreid. In vijf weken wordt zo een effectief dieet op maat vastgesteld.

Oordeel Erkenningscommissie Interventies

Onderzoek toont aan dat het PVG-dieet - zoals deze is beschreven in onderstaand werkblad - bewezen effectief is in het aanzienlijk verminderen van de ADHD-symptomen voor een deel van de kinderen met ADHD. Bepaalde vragen in de onderbouwing blijven onbeantwoord, zoals waarom het dieet werkt. Ook over de mogelijk schadelijke effecten van het beperkte dieet is onvoldoende bekend.

Daarnaast beveelt de multidisciplinaire richtlijn ADHD aan om terughoudend te zijn met het stellen van de ADHD-diagnose vóór de leeftijd van 6 jaar, omdat dit vaak niet betrouwbaar gedaan kan worden.)

Doel
Het PVG-eliminatiedieet heeft één hoofddoel: door het gebruik van het dieet zijn de symptomen van de kinderen met ADHD/ODD aanzienlijk verminderd, dan wel verdwenen. Hierdoor zijn de kinderen (vrijwel) klachtenvrij en kan medicatiegebruik worden voorkómen.

Doelgroep
De interventie is bedoeld voor kinderen van twee tot maximaal vijftien jaar, met symptomen van ADHD en ODD volgens DSM-IV.

De symptomen worden vastgesteld aan de hand van vragenlijsten. Co-morbiditeit met andere gedragsproblemen en/of lichamelijke klachten is geen bezwaar.

Aanpak
Het standaarddeel van de interventie neemt maximaal twee maanden in beslag en bestaat uit drie delen: een algemeen intake-deel, een kinderpsychiatrisch deel en een dieetdeel. Wanneer uit de twee eerste delen van de interventie duidelijk is geworden dat het kind tot de doelgroep behoort, kan het dieetdeel worden uitgevoerd.

Kind en gezin starten eerst met een inventarisatieperiode om de normale voedingspatronen en het gedrag in kaart te brengen. Daarna krijgt het kind een op maat gemaakt uitgebreid eliminatiedieet voorgeschreven, wat na twee weken zo nodig 'op maat' wordt aangepast. Deze fase duurt maximaal 5 weken. Tijdens de gehele interventie houden de ouders een uitge-breid dagboek bij.

Kinderen die na de periode van vijf weken geen gedragsverbetering vertonen, mogen weer alles eten en worden verwezen naar andersoortige therapie. Kinderen die een gedragsverbetering van minstens 40% vertonen, gaan verder met een vervolgtraject, waarin wordt vastgesteld op welke voedingsmiddelen de kinderen reageren en op welke niet. Het PVG-dieet wordt dus bij deze kinderen steeds verder gevarieerd. Het vervolgtraject behoort niet tot het standaarddeel. De duur verschilt per kind

Materiaal
Er is een PVG-protocol waaraan de behandelaars strikt de hand houden.


Onderzoek Effectiviteit
Er zijn vier Nederlandse onderzoeken uitgevoerd naar de effecten van het PVG-dieet op ADHD en ODD: twee ontwikkelingsonderzoeken en twee RCT's. Bij de onderzoeken zijn wisselende leeftijdsgroepen betrokken, allen in de range van 2 tot 15 jaar.

Uit alle onderzoeken blijkt het PVG-dieet even effectief te zijn: ADHD en ODD verdwijnen bij meer dan 60% van de kinderen. De effectgroottes (Cohen's d) variëren in de twee RCT's van 1,1 tot 2,1, wat wijst op zeer grote effecten (de effecten van medicatie variëren van 0.5-0.9).

Ook zijn 6 buitenlandse RCT's uitgevoerd, waarbij de invloed van een vergelijkbaar dieet werd onderzocht op ADHD. Ook deze onderzoeken resulteerden in vergelijkbare effecten, met een gemiddelde effectgrootte van 1.6.

Uitgebreide beschrijving
Pelsser Voeding en Gedrag (PVG)-dieet (html, printversie)

Ontwikkeld door
Dr. L.M.J. Pelsser, wetenschappelijk onderzoeker
ADHD Research Centrum
Liviuslaan 49
5624 JE Eindhoven
E-mail: lmjpelsser@worldmail.nl
Telefoon: 040 2488393

Erkend door
Erkenningscommissie Interventies Deelcommissie jeugdzorg en psychosociale/pedagogische preventie d.d. 03/01/2012

Oordeel: Bewezen effectief (Onderzoek toont aan dat het PVG-dieet - zoals deze is beschreven in onderstaand werkblad - bewezen effectief is in het aanzienlijk verminderen van de ADHD-symptomen, voor een deel van de kinderen met ADHD. Bepaalde vragen in de onderbouwing blijven onbeantwoord, zoals waarom het dieet werkt. Ook over de mogelijk schadelijke effecten van het beperkte dieet is onvoldoende bekend. Daarnaast beveelt de multidisciplinaire richtlijn ADHD aan om terughoudend te zijn met het stellen van de ADHD-diagnose vóór de leeftijd van 6 jaar, omdat dit vaak niet betrouwbaar gedaan kan worden.)

zaterdag 7 januari 2012

D.R.U.K. of A.D.H.D.? + extra on-line materiaal

Is ADHD iets typisch westers, het onvermijdelijke gevolg van een hyperactieve samenleving? Hoe leg je aan een allochtone ouder uit waar gewoon druk gedrag stopt en ADHD begint?

Psychologen Romina Cuadros Perez en Matthias Bouckaert presenteren een educatief pakket voor allochtone ouders van kinderen met ADHD. De auteurs zijn verbonden aan Espero, een residentieel centrum voor kinderen en jongeren met gedragsproblemen in Brussel. Met de steun van de Koning Boudewijnstichting kon Espero een educatief pakket op maat van de doelgroep uitwerken. Werken met beeldmateriaal, met interactieve opdrachten en werken in groep kreeg daarbij bijzondere aandacht. 

Dit pakket combineert relevante achtergrondinformatie over ADHD met concrete instrumenten om aan de slag te gaan.

In de eerste hoofdstukken schetsen de auteurs een algemeen beeld van de allochtone gezinnen in Belgie, Nederland en Europa, en gaan ze dieper in op ADHD en het onderzoek op dat vlak. Veel nieuwe informatie krijg je hier helaas niet. Interessanter is het educatief pakket zelf, dat uitgewerkt materiaal bevat voor een tweetal sessies waarin allochtone ouders worden geinformeerd over ADHD. 

Elk hoofdstuk sluit af met enkele referenties en achteraan volgen een lijst met literatuursuggesties, een vragenlijst en ondersteunend materiaal. Een degelijk boek voor mensen die geregeld met allochtone ouders werken, in het onderwijs, de hulpverlening of het vormingswerk.  



woensdag 7 december 2011

Kan mindfulness / meditatie helpen bij ADHD?

Door Pieter Jan Carpentier

In het kort komt mindfulness neer op ervarend leren door een combinatie van stille momenten van meditatie en gerichte aandacht op dagelijkse activiteiten. Hoewel mindfulness is opgezet als een cognitief-experientieel proces gericht op verbeterde zelfregulatie, met het gericht leren focussen van aandacht, is het wel degelijk te beschouwen als een vorm van aandachtstraining.

Het gegeven dat meditatie het vermogen heeft hersenactiviteit en aandacht te reguleren, maakt dat het zeker de moeite waard is om te onderzoeken of mindfulness therapie een complementaire behandeling kan zijn voor ADHD. In dit onderzoek is in de eerste plaats gekeken of deze therapie haalbaar is voor deze patiëntengroep. Wat dat betreft komen er mooie resultaten uit: van de 32 deelnemers maken er 25 het hele programma af: 8 wekelijkse sessies van 2 ½ uur, met tussendoor huiswerkoefeningen (waarvoor een instructie-CD werd meegegeven). Alle deelnemers waren erg tevreden over het programma: een gemiddelde score van 9 op 10 op de tevredenheidsschaal. Bovendien zijn er ook hoopvolle aanwijzingen voor effectiviteit: diezelfde 25 volhardende deelnemers meldden een verbetering van hun ADHD symptomen, en 30% van hen rapporteerde zelfs een reductie van minstens 30% van hun symptomen, dus een belangrijke vooruitgang. Dit was ook terug te vinden in de gemiddelde scores op neurocognitieve testen voor en na het programma.

Nu is dit vooral een haalbaarheidsonderzoek geweest, en voor een echte effectmeting ontbreekt nog een controle-groep. Bovendien is de verbetering vooral in subjectieve uitkomstmaten teruggevonden, dus volledig overtuigend is dit nog niet. Tweederde van de deelnemers waren stabiel ingesteld op medicatie; dat ook bij met medicatie behandelde patiënten nog (subjectieve) verbetering te boeken valt, is toch wel een interessant gegeven.

Ook al moet de effectiviteit verder onderbouwd worden, toch is dit onderzoek om meerdere redenen interessant. In de eerste plaats zijn er legio patiënten die in aanmerking komen voor effectieve niet-medicamenteuze behandelingen: patiënten die geen medicatie mogen/willen/ kunnen gebruiken, maar ook patiënten die met medicatie onvoldoende resultaat boeken. Daarnaast geeft het onderzoek ook te denken over hoe stabilisatie van ADHD-symptomen bereikt kan worden. Ook al blijft medicatie de koninklijke weg in de behandeling van ADHD, op deze manier komen alternatieve en complementaire routes in zicht.

Bron:
Kenniscentrum ADHD bij volwassenen


zaterdag 12 november 2011

ADHD De deskundige, dat ben je zelf

Geen enkele ouder geeft zijn kind graag medicijnen voor lastig gedrag en al helemaal niet een medicijn dat regelmatig negatief in de publiciteit komt. Zo wordt Ritalin tegenwoordig soms eerder beschouwd als schadelijk dan als een voor veel kinderen onmisbaar hulpmiddel bij de behandeling van ADHD.

Als kinderarts krijgt Rob Rodrigues Pereira dikwijls dezelfde vragen van ouders zoals: 
  • Doe ik er wel goed aan deze ‘drug’ aan mijn kind te geven? 
  • Is het op de lange duur niet schadelijk? 
  • Hoe lang moet ik doorgaan? 
  • Blijft het karakter van mijn kind hetzelfde? 
  • Wordt hij geen zombie?
Zoals na het stellen van de diagnose ADHD een goed begrip van deze aandoening zeer belangrijk is, zo is ook een goede voorlichting over medicijnen essentieel om je kind optimaal te laten profiteren van deze middelen.

Helaas blijkt in de praktijk dat ouders (maar ook "deskundigen", artsen / hulverleners) vaak niet goed weten hoe zij met medicijnen moeten omgaan.

ADHD
De deskundige, dat ben je zelf
Behandelen met methylfenidaat (Ritalin, Concerta, Equasym XL of Medikinet CR), met dexamfetamine en met atomoxetine (Strattera)

Door: Rob Rodrigues Pereira, kinderarts Maasstad Ziekenhuis, locatie Zuider, Rotterdam.

De volledige tekst is gratis te lezen / downloaden via deze link.


Meer lezen over medicatie bij ADHD?

maandag 24 oktober 2011

KANJERVITAMINEN

Door: Suzan Otten-Pablos

Veel scholen werken volgens het principe van de kanjertraining. Bij deze methode worden petten in verschillende kleuren gekoppeld aan bepaald gedrag. De gele pet staat voor bang, de rode pet voor grapjas, de zwarte pet voor pestvogel en de witte pet voor kanjer. De bedoeling is dat een kind zoveel mogelijk wit gedrag vertoont. Dit is namelijk kanjergedrag.

Deze kanjeraanpak heeft als doel dat een kind positief over zichzelf en de ander leert denken. Dit is op zich natuurlijk een mooie gedachte. Maar waarschijnlijk is dit idee voor een kind met ADHD niet altijd even leuk. Een kind met ADHD vertoont bijvoorbeeld vaker rood gedrag, dan een kind zonder ADHD, omdat het vaak grapjes maakt. Het gedrag verdient dan theoretisch geen witte pet. Maar in de praktijk is dit kind nou juist wel een kanjer. Een kanjer met ADHD.

Samen met een collega geef ik, onder andere aan leerkrachten op scholen, workshops over ADHD. We beginnen altijd met het inpakken van een luciferdoosje. Iedereen krijgt een luciferdoosje en een papiertje. Hiermee moet het doosje helemaal ingepakt worden. Tijdens het inpakken mag er niet worden gepraat, niet worden afgekeken en het doosje moet heel blijven. Diegenen die klaar zijn moeten het doosje in de hand houden, zodat anderen het niet kunnen zien.

Een aantal mensen krijgen een te klein papiertje. Het zal deze mensen niet lukken om het luciferdoosje helemaal in te pakken. Zij zullen gaan praten, mopperen en af gaan kijken. Ze voelen zich gefrustreerd, omdat iets niet lukt wat een ander wel lukt. Als wij, in onze rol van leerkracht, flink gaan mopperen, voelen ze zich akelig, vernederd, onzeker en rot. En dat is ook de bedoeling. Want een leerkracht die dit begrijpt zal voor een kind met ADHD het verschil kunnen maken tussen alles of niets.

Het is namelijk vreselijk om als kind steeds maar weer tegen je eigen tekortkomingen aan te lopen. Een kind kan dan niet zichzelf zijn en zal zich enorm eenzaam gaan voelen. Het zal alles op zichzelf betrekken en een hekel krijgen aan alles en iedereen. Het vertrouwen in mensen zal afnemen en het zal steeds moeilijker worden om van iemand te kunnen houden.

Het is een ellendig gevoel om als kind altijd te horen te krijgen dat je het kunt, als je maar je best doet. Dat er altijd word gekeken naar wat je niet kunt, in plaats van naar wat je wel kunt. Dat er altijd maar over je wordt gepraat, in plaats van dat er met je wordt gepraat. Al deze negatieve aandacht doet pijn. Het zou zelfs wel eens de reden kunnen zijn van het "vervelende" gedrag en het zou zomaar kunnen dat het hierdoor komt dat een kind nergens meer naar lijkt te luisteren.

Een leerkracht zou het ook kunnen bekijken door de ogen van een kind. De eigen gekleurde bril af kunnen zetten. In mogelijkheden kunnen denken. Een leerkracht zou ook kunnen kijken naar wat een kind met ADHD wel kan, in plaats van wat het niet kan. Gewoon gezellig complimenten kunnen geven. Kanjervitaminen. Niet volgens een bijsluiter of doseringsvoorschrift, maar vanzelfsprekend. Iedere dag. Veel. En vooral ook vaak.

Door als leerkracht buiten de lijntjes te durven kleuren geef je een kind het gevoel dat het gewoon zichzelf mag zijn en zal naar school gaan weer een feestje worden. De zon zal ineens weer volop gaan schijnen en er zal weer uitbundig worden gelachen om alle mooie en verschillende kleuren van de regenboog die er in de klas zijn. Geel, rood, zwart of wit. Blauw, groen, paars, of oranje. Gestipt, gestreept of met vlekjes.

De kleuren van petten zijn namelijk eigenlijk ongelofelijk saai en kleurloos. Kinderen daarentegen zijn stuk voor stuk kleurrijk, bijzonder en uniek. We kunnen veel van kinderen leren. Gedrag volgens de gemiddelde norm bestaat niet. Alle kinderen zijn kanjers. Een leerkracht die dit begrijpt zal in staat zijn om buiten kaders te denken en om kleur te bekennen. Want onderwijzen doe je niet met je hoofd. Onderwijzen doe je vanuit je hart.

24/10/11

http://www.adhdnetwerk.nl/ADHD.aspx?id=481&idn=72

maandag 17 oktober 2011

WONDERDIEET OF WONDERPIL?

door: Suzan Otten-Pablos

Groot nieuws. Zestig procent van de kinderen met ADHD hoeft geen symptoomonderdrukkende pillen meer te slikken. Door het wonderdieet van Lidy Pelsser te volgen wordt de oorzaak van ADHD weggenomen en bijkomende stoornissen en lichamelijke klachten zullen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Dit klinkt voor veel ouders natuurlijk als muziek in de oren.

Om deze reden ben ik toch wel een beetje nieuwsgierig geworden naar dit revolutionaire verhaal.
Ik zit dus bij de ADHD netwerkmeeting tijdens de lezing van Pelsser op het puntje van mijn stoel. Graag wil ik mij door Pelsser laten overtuigen.

Dat voeding invloed heeft op het gedrag van kinderen met ADHD geloof ik onmiddellijk. Als zoonlief stiekem chocola heeft gegeten als ontbijt stuitert hij totdat het weer bedtijd is. Maar volgens Pelsser hebben alledaagse voedingsmiddelen meer invloed dan suiker en kleurstoffen en veroorzaken zij meestal ADHD.

De samenstelling van het wonderdieet is voor ieder kind anders, maar heeft als basis vaak rijst, lam, sla, peer, maïs en water. Omdat er veel voedingsmiddelen worden weggelaten uit de voeding is het een eliminatiedieet. Het dieet wordt een paar weken gevolgd. Als het gedrag verbetert door het dieet kan een kind meedoen aan het vervolgonderzoek.

Een veelbelovend verhaal. Met deze informatie neem ik plaats in het publiek. Maar het verhaal komt op mij toch een beetje magertjes over en binnen een kwartier maakt mijn interesse helaas plaats voor verbazing. Ik probeer mij voor te stellen hoe het dieet bij mijn kinderen zal werken. Peer voor zoon en maïs voor dochter. Dat zal wat worden. Zoon lust helemaal geen peer en dochter geen maïs. Maar volgens Pelsser zijn de ouders de baas, punt uit.

Geen handige opmerking van Pelsser. Aan de ouders van kinderen met ADHD hoef ik natuurlijk niet uit te leggen dat deze middeleeuwse theorie in de dagelijkse praktijk niet zo werkt, als je dat al zou willen. Erger vind ik het dat Pelsser het woord motivatie wel heel vaak laat vallen. Kinderen en ouders kunnen namelijk alleen meedoen met het dieet als zij gemotiveerd zijn. Door middel van een telefonisch kruisverhoor zal door Pelsser de motivatie worden vastgesteld.

Pelsser lijkt niet te begrijpen dat mensen met ADHD vaak juist heel gemotiveerd zijn, maar dat de beperkingen gewoonweg bepaalde zaken verstoren. Er is namelijk bijna nooit sprake van onwil, maar meestal wel van onmacht. Daarom maakt Pelsser me eigenlijk best een beetje boos met haar opmerking dat sommige ouders hun kinderen niet kunnen opvoeden. Ze lijkt voorbij te gaan aan de erfelijkheidsfactor van ADHD. Ouders van kinderen met ADHD hebben het namelijk vaak zelf ook. Het gebrek aan structuur in deze gezinnen komt door de ADHD en heeft niets te maken met gebrek aan motivatie. Daarbij zijn het juist super getalenteerde opvoeders.

Terug naar het dieet. Het is nogal een kostbaar plaatje. Reken je dus niet rijk door te denken dat het doen van minder boodschappen, omdat je kind veel minder eet, je geld zal besparen. Om mee te doen aan het onderzoek betaal je namelijk een forse eigen bijdrage. Dit is inclusief receptenboekje, dat dan weer wel. De prijzen voor de vervolgconsulten zijn ook niet mals. Ik kan het mis hebben, maar mijn gevoel zegt mij dat er hier ook wel degelijk een commercieel addertje onder het groene gras zit.

Het dieet zal voor sommige kinderen zeker een gezond alternatief zijn, dat staat voor mij niet ter discussie. De stelligheid van Pelsser in de media wel, omdat ik niet de indruk krijg dat Pelsser echt begrijpt hoe de ADHD-vork in de steel zit. De berichten in de media moeten ouders helpen om goede en doordachte keuzes te maken en niet worden gebruikt voor het aantonen van het eigen gelijk.

Mocht je na het lezen van deze column besluiten om je kind mee te laten doen aan het wonderdieet, dat kan. Er is alleen wel een klein minpuntje. De wachttijd is momenteel een jaar. Verlies in dat jaar vooral niet het belang van je kind uit het oog. Er bestaat namelijk ook nog altijd een wonderpil.

17-10-2011
http://www.adhdnetwerk.nl/ADHD.aspx?id=481&idn=70

Zoeken in Bol.com