Posts tonen met het label Opinie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Opinie. Alle posts tonen

donderdag 9 mei 2013

Jongens zijn niet gebaat bij zelfontplooiing

Als we de toename van ADHD bij jongens een halt willen toeroepen, dan moeten we het individualisme aanpakken - te beginnen bij de veel te lange schooltijd, stelt Angela Crott in haar proefschrift 'Jongens zijn 't. Van Pietje Bell tot probleemgeval'.

Het maatschappelijk onbehagen dat de laatste tien jaar het maatschappelijk debat beheerst, is volgens de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) een 'veelkoppig monster'. Het ziet er voor iedereen anders uit, waardoor het moeilijk is de vinger te leggen op de precieze oorzaak en omvang ervan.

Dit maatschappelijk onbehagen wordt mede gevoed door het onbehagen van de jongen. Dit onbehagen werd voor het eerst aangewakkerd in 1967 toen het onbehagen bij de vrouw werd verwoord door feministe Joke Kool-Smit in haar beroemde artikel in De Gids. Volgens Kool-Smit moesten vrouwen in de maatschappij participeren. Alleen buiten het gezin kon de vrouw zich ontplooien, zelfstandig zijn en macht krijgen. Ze pleitte voor een herverdeling van de macht: de 'diensten' binnen en buiten huis moesten eerlijk verdeeld worden tussen man en vrouw. Dit pleidooi werd niet opgepikt door de man.

Om te zorgen dat de man in de toekomst zijn zorgend vermogen zou aanboren, werd de jongen erop aangesproken. Deze liep echter ook niet over van enthousiasme. In 1992 verscheen een brochure voor jongens over (zelf)zorg dan wel zorgzelfstandigheid: Jongens als superman. In deze brochure wordt met de hulp van 'Roeland de Redder' getracht jongens van twaalf tot achttien jaar warm te maken voor 'zorgen voor jezelf en anderen'. Jongens hadden echter grote moeite zich te vereenzelvigen met deze 'held', die geen zwaard maar een theedoek hanteerde.

Echtscheiding en kinderopvang doen jongens geen goed
In 2004 kwam de Nederlandse overheid in actie. Met een aantal (geldverslindende) radio- en tv-spotjes werd geprobeerd mannen te bewegen meer in het huishouden te doen. Een jaar later liet een promotieonderzoek zien waarom dit overheidsingrijpen zo weinig effect had gehad: hoe meer zorg- en huishoudtaken, hoe ongelukkiger de mannen werden. De vrouwen lieten zich in hun ontplooiing echter niet tegenhouden door een mokkende man of een huilend kind. Vanaf 1970 nam het aantal vrouwen dat een scheiding aanvroeg toe en vanaf 1980 groeide het aantal kinderen dat naar de kinderopvang ging gestaag.

Echtscheiding en kinderopvang doen jongens geen goed, blijkt uit onderzoek. Bij echtscheiding verdwijnt vaak de vader, van wie de jongen leert hoe een man zich gedraagt, uit het zicht. Evenals een te langdurig verblijf in de kinderopvang kan dit tot gedragsproblemen leiden. Onder deze gedragsproblemen valt met name 'verhoogde agressie', die vooral bij jongens wordt geconstateerd. En laat dit nu juist de eigenschap zijn die men jongens vanaf 1970 wil afleren.

ADHD is verknoopt met maatschappelijke ontwikkelingen
Het is niet alleen de vrouwenemancipatie en haar nasleep die het onbehagen van de jongen heeft aangewakkerd, ook andere twintigste eeuwse ontwikkelingen hebben daaraan bijgedragen. Zoals die in het onderwijs. De toename van de leerplicht, alle vernieuwingen die vanaf de jaren negentig werden doorgevoerd en de megascholen die toen werden opgericht, zijn allesbehalve in het voordeel van de jongen geweest. Het is geen toeval dat de toename van de leerplicht gelijk opgaat met de toename van ADHD.

Waarom doet niemand hier wat aan!' riep een toehoorder na een lezing over ADHD machteloos uit. Voor haar was het duidelijk: het kon toch nooit goed zijn om kinderen ten behoeve van school ritalin te geven? Zeker niet als kinderen na het slikken van dit middel, dat tot de psychofarmaca wordt gerekend, op school opeens netjes aan hun tafel gingen leren en thuis ervaren werden als een ander kind. Aldous Huxley moet een vooruitziende blik hebben gehad toen hij in 1932 Brave New World schreef. In deze futuristische maatschappij halen vanaf de geboorte voorgeprogammeerde en onder de drugs gehouden mensen weliswaar hun diploma's, maar zijn verder tot weinig anders in staat.

Waarom blijven oplossingen uit om de toename van ADHD een halt toe te roepen? Omdat het geen op zichzelf staande maatschappelijke ontwikkeling is. Ze is stevig verknoopt met andere maatschappelijke ontwikkelingen die in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw van start zijn gegaan: de urbanisatie, de verwetenschappelijking van de opvoeding, de secularisering, de stijging van de welvaart en de toename van de leerplicht. En met die maatschappelijke ontwikkelingen die in de jaren zeventig hun beslag hebben gekregen: de vrouwenemancipatie, de democratisering en de individualisering. Naast de vrouwenemancipatie en de uitbreiding van de leerplicht moet vooral de invloed van de individualisering niet worden onderschat op het onbehagen van de jongen. Want de jongen is niet gebaat bij ieder voor zich. Hij wil deel uitmaken van de gemeenschap en dat liefst al op de leeftijd van veertien, vijftien jaar. Dan is hij er klaar voor om de maatschappij van dienst te zijn. En daarbij heeft hij niets met de emotiecultuur van tegenwoordig. Hij is niet gebaat bij navelstaren, hij wil helemaal niet zijn gevoelens uiten of zich inleven in die van anderen. Hij wil doen en aanpakken en zodoende iets voor de gemeenschap betekenen.

De jongen is een gemeenschapsmens
Het debat over het maatschappelijk onbehagen zal volgens mij vooral over (het terugdringen van) het individualisme moeten gaan. Daarbij zou - wat het onbehagen van de jongen betreft - de veel te lange schooltijd als eerste moeten worden aangepakt. Want de jongen gaat dolen als hij zich eerst langdurig als individu moet ontplooien en dan pas zijn plaats in de gemeenschap mag innemen. Hij doet het liever andersom: zich als individu ontplooien in gemeenschapsverband. En dat gemeenschapsverband begint voor hem met een gezins-, familie- en buurtverband. Kinderen zijn conservatief in de goede betekenis van het woord. Ze willen (opvoedende) aandacht van hun ouders, familieleden en anderen. Gebeurt dit niet dan komt niet alleen het opgroeien tot een evenwichtige volwassene in het gedrang, maar ook het aankweken van een gemeenschapsband. Deze band is vooral voor jongens essentieel om zich betrokken te voelen bij een gemeenschap en in het verlengde daarvan bij de hele maatschappij.

Met het terugdringen van het individualisme kan ook de diagnose ADHD (met zijn lawaai-, actie-, geldings- en exploratiedrang is de jongen immers een stoorzender voor individuele ontplooiing) aangepakt worden. Jongens willen geen etiketten als individu, maar schouderklopjes in gemeenschapsverband als aanmoediging én als blijk van goedkeuring van deze gemeenschap. De maatschappij zal daarvan de vruchten plukken omdat jongens dan hun constructieve agressie inzetten en niet hun destructieve agressie, zoals nu maar al te vaak gebeurt.

Onbehagen is niet het einde maar het begin,' stellen Harcaoui, de Ruiter en Zuure in hun gelijknamige stuk van maart op deze site terecht. Aan dit begin staan wij nu met z'n allen. Daarbij moeten we niet vergeten dat het niet helpt het veelkoppige monster van het onbehagen toe te spreken. Beter is het een van zijn vele koppen af te slaan, bijvoorbeeld de toename van ADHD. Dit zal het onbehagen een gevoelige slag toebrengen en de maatschappij ten goede komen.

Angela Crott − trouw.nl

Angela Crott is historica. Medio april verscheen bij Atlas Contact de handelsversie van haar proefschrift Van hoop des vaderlands naar ADHD'er. Het beeld van de jongen in opvoedingsliteratuur (1882-2005) (Nijmegen 2011). Deze handelsversie heeft als titel: Jongens zijn 't. Van Pietje Bell tot probleemgeval.



zaterdag 12 januari 2013

Beste Bram Bakker,

Door: Prof. dr. Robert R.J.M. Vermeiren (1968). Hoogleraar Kinder- en Jeugdpsychiatrie aan het LUMC, hoogleraar forensische jeugdpsychiatrie aan de VU en directeur Patiëntenzorg van Curium-LUMC.

@drBramBakker, ik wil graag gesprek met je.

Aan mijn reactie onder je column over ADHD en voeding, was je al duidelijk dat ik het niet met je eens ben. Niet omdat ik twijfel aan de rol van voeding in de behandeling van ADHD. Wel integendeel. Het is zelfs een onderwerp dat me persoonlijk raakt. Mijn eerste onderzoek uit 1993, nog voor mijn opleiding tot psychiater, ging over ADHD en allergieën. Het onderwerp is me blijven boeien, ondanks het feit dat ik mijn eerste artikel erover nergens kwijt kon.

Dat je een lans zou breken voor aandacht voor voeding, had ik verwacht. Sterker nog, je pleidooi om dieet in de behandeling van ADHD grotere aandacht te geven apprecieer ik zeer. De wetenschap steunt je namelijk. Nog maar begin 2012 werd in een toonaangevend kindergeneeskundig tijdschrift op basis van alle eerdere onderzoek over dit onderwerp geconcludeerd dat voeding een bijdrage kan leveren aan de behandeling van de symptomen van ADHD.

Ook zijn we het erover eens dat we een debat moeten voeren over de diagnose ADHD. Er zijn te veel aanwijzingen dat deze diagnose niet steeds oordeelkundig gesteld wordt. Het is ook mij een doorn in het oog dat de huidige financiering van de zorg, en van extra steun in het onderwijs, het hebben van een etiket maar al te vaak vereist. Het is van de gekke dat kinderen anders niet in aanmerking komen voor noodzakelijke hulp.

Wat ik niet verwacht had, is dat je, om je punt te maken, onderzoekers ongefundeerd en ongenuanceerd een veeg uit de pan zou geven. Verrassend was dat je je blindelings achter de publicatie en vooral de uitlatingen van Lidy Pelsserschaarde over de relatie tussen ADHD en voeding. Ook jij moet toch zien dat haar onderzoeksresultaten niet overeenkomen met haar stellige beweringen. Uit haar onderzoek blijkt immers niet dat 60 procent van alle kinderen met ADHD, en met een milde gedragsstoornis (oppositioneel opstandige stoornis), geholpen zijn met een dieet. Als gevolg van de selecte populatie die ze rekruteerde weten we niet hoeveel kinderen met ADHD baat kunnen hebben bij een dergelijk dieet.

En daarmee komen we op het punt waarin we ernstig verschillen van mening. Uit jouw uitlatingen aan mijn adres begrijp ik dat je vind dat je als columnist vrijelijk je mening moet kunnen geven. Zonder rekening te moeten houden met op gedegen wetenschappelijk onderzoek en praktijkonderzoek gebaseerde kennis. Dat vind ik niet. Niet in jouw geval.

Jij bent Bram Bakker, die als psychiater voor de Volkskrant columns schrijft. Dé Bram Bakker die de ene keer een hartstochtelijk pleidooi houdt voor het opnemen van seksuele disfunctiestoornissen in DSM en enkele weken later twijfels uit over de diagnose ADHD. Psychiater Bram Bakker, die in zijn ruime praktijkervaring vast al meerdere keren personen gezien heeft die door hun impulsiviteit verslaafd geraakt zijn. Of door hun hyperactiviteit aan de wiet geslagen zijn om rust te vinden. Zo ziet de lezer jou, en daar kan je je niet aan onttrekken. Door jouw uitspraken raak je mensen met ernstige ADHD.

Bram Bakker is bovendien niet zomaar een psychiater. Je bent @drBramBakker, gepromoveerd dus. Wat betekent dat je getoond hebt onderzoek te kunnen doen en te kunnen interpreteren. Van zo iemand verwachten we dat hij in staat is een wetenschappelijk artikel grondig te beoordelen. Kritisch te beoordelen. Daarom wegen jouw woorden veel zwaarder dan die van eender welke andere columnist. Inclusief Malou van Hintum, die op vlak van de psychiatrie niet de minste is. Ze heeft er een uitstekend publieksboek over geschreven.

Beste Bram, ik ben het eens met je pleidooi voor meer aandacht voor voeding in de behandeling. Bij ADHD, maar ook bij andere stoornissen. Ik ben het niet eens met de wijze waarop je je boodschap brengt. Ik zou het debat daarover graag persoonlijk met je aangaan. Helaas ga je dat uit de weg. Met je vakgenoten weiger je de discussie aan te gaan, terwijl je wel je kritiek naar de buitenwereld ventileert. Dat is de reden dat ik deze column schrijf.


Ik wil je uitnodigen om het gesprek aan te gaan. Bij polarisatie is niemand gebaat. We weten beiden dat de psychiatrie van enorme betekenis kan zijn voor onze patiënten en voor de maatschappij in zijn geheel. Aan hen zijn we dit verplicht.

Noot:
Deze blog is aan de Volkskrant aangeboden doch geweigerd.





donderdag 10 januari 2013

Ritalin tegen de zesjescultuur?

Ivan Wolffers over Canadese zorgen over het gebruik van middelen bij ADHD

In Canada is een rapport verschenen over gebruik van medicijnen zoals Ritalin of modenafil die geslikt worden door kinderen met adhd, maar ook steeds vaker door gezonde kinderen om hun schoolprestaties te verbeteren. De schrijvers van het rapport vinden dat dat niet de bedoeling is. Het betreft immers medicijnen die uitsluitend op recept verkrijgbaar zijn. Maar wanneer was de laatste keer dat een rapport iets heeft opgelost bij het oplossen van een probleem?

In het Canadese rapport staat dat het niet mag omdat het gaat om gebruik van middelen die bijwerkingen hebben voor gezonde mensen. Dat betekent dus dat de potentiële nadelen groter zijn dan de gedroomde voordelen. Bovendien is de zorg een publiek systeem en betekent het voorschrijven van deze middelen onjuist gebruik daarvan.

Het lijkt een theoretische discussie, want officieel kan het niet en mag het niet, maar de werkelijkheid is meestal anders. In het rapport staat dat op Canadese universiteiten 1 tot 11 procent van de studenten deze middelen slikt voor betere studieresultaten. 1 of 11? Ze weten er dus gewoon weinig van. Niet vreemd bij gebruik dat eigenlijk niet mag.

Wie weet er misschien wel iets over? In mei 2008 publiceerde het wetenschappelijk tijdschrift Nature de resultaten van een on-line vragenlijst waaruit bleek dat één op de vijf lezers middelen slikt om de hersenwerking te verbeteren. Het ging in 62% van de gevallen om methylfenidaat (Ritalin) en in 44% van de gevallen om modafinil.

Over de situatie in Nederland weten we niets. Wat we niet onderzoeken bestaat niet en dan hoeven we ons er ook geen zorgen over te maken. Wat moeten wij gewone mensen hier echter van vinden? Als wetenschappers het al gebruiken, waarom studenten dan niet? En misschien ook schoolkinderen? Die middelen bestaan en ze helpen blijkbaar bij het concentreren. Daardoor verbeteren de schoolprestaties. Futurelab, een Britse denktank op het gebied van onderwijs, vindt daarom zelfs dat de overheid het gebruik van zulke middelen door arme kinderen moet subsidiëren. Iedereen van een zesje naar een zeven?

Bron: www.joop.nl

Ivan Wolffers is Hoogleraar Gezondheidszorg en Cultuur en schrijft elke dag een gezond weetje, gebaseerd op onderzoeken met merkwaardige en soms ongelofelijke uitkomsten. Door de weetjes van Wolffers leer je van alles over bijvoorbeeld verschillende ziektes, medicijngebruik en gezond afvallen, maar ook over de vaak komische verschillen tussen mannen en vrouwen.





woensdag 9 januari 2013

Bram Bakker: 'Het aantal charlatans in de ADHD-tak van sport is al groot genoeg'

Er zou veel meer onderzoek moeten worden gedaan naar de invloed van ons eetpatroon op psychische problemen, bepleit Bram Bakker. 'In een tijd waarin onze eetgewoonten zich in hoog tempo wijzigen is het van groot belang om nauwkeurig vast te stellen welke gevolgen dat heeft.'

Net voor de jaarwisseling las ik in de Volkskrant een intrigerend artikel over de ADHD-diëten van de Eindhovense onderzoekster Lidy Pelsser. Haar aanpak leek me niet verkeerd, sterker nog: er zit een begrijpelijke en rationele gedachtengang achter. Pelsser promoveerde ook op dit onderwerp, en ze publiceerde er onder meer over in The Lancet, een van de meest toonaangevende medische tijdschriften. Wie het artikel terug wil lezen, en dat is van harte aanbevolen, kan dat onder meer doen op www.adhdenvoeding.nl en het commentaar van Pelsser is dan direct ook te zien.

In het artikel over het dieet viel op hoeveel kritiek er werd gespuid door allerhande deskundigen. Dat de opzet van de studie niet gedeugd zou hebben, dat het eventuele werkingsmechanisme niet is opgehelderd en dat het misschien wel allemaal op placebo-effecten berust, al die tevreden klanten. Wat me verbaast bij al die reacties is dat men om te beginnen niet concludeert dat men bij The Lancet meestal geen onzin publiceert, en dat je er dus van uit mag gaan dat het om een belangwekkend onderzoek gaat. In de tijd dat ik onderzoek deed droomde ik slechts over publiceren in The Lancet en je mag je afvragen of jaloezie geen rol speelt bij de criticasters.

Vage formulering
Vooralsnog moeten we maar concluderen dat er nog bijzonder weinig goed onderzoek is verricht naar de mogelijke rol van voeding bij het ontstaan van ADHD-achtige verschijnselen. Die laatste, vage formulering is bewust gekozen, omdat ik weinig geloof hecht aan het bestaan van een harde, objectiveerbare diagnose ADHD, van vergelijkbaar niveau als het gebroken been of borstkanker. En Pelsser verdient wat mij betreft alle lof dat ze probeert om serieuze wetenschap te bedrijven op dit zeer ingewikkelde terrein. Het aantal charlatans in deze tak van sport is al groot genoeg, en de tarieven die deze lieden rekenen zijn vaak heel veel hoger dan die van Pellsers RED-centra.

Je tegen deze methode afzetten lijkt mij het stellen van verkeerde prioriteiten. Daar komt ook nog een heel praktisch punt bij: als de ouders van een druk kind tevreden zijn met de uitkomst van een behandeling, is dat dan niet het allerbelangrijkste? Ongeacht het type behandeling en de mogelijke werkingsmechanismen? De meeste mensen hebben er geen bezwaar tegen als het verdwijnen van hun klachten op placebowerking berust. Als het maar helpt.

Bovendien zit in de witte jas van een dokter ook heel veel placebo. Dat sommige pijnstillers opvallend roze zijn heeft te maken met onderzoek dat liet zien dat het effect dan groter is. En zo zit de hele reguliere geneeskunde vol met onduidelijke werkingsmechanismen. Dat is geen enkel probleem als je tenminste zorgt dat de uitkomsten van interventies toetsbaar zijn. En daarnaast zou wat meer bewustzijn van de bias in medisch onderzoek bij psychische problemen geen kwaad kunnen: het aantal onderzoeken met medicijnen is talloze malen hoger dan dat naar andersoortige behandelingen, als voeding en beweging. Vermoedelijk omdat er aan die interventies niet zoveel te verdienen is...

Veel onbewezen
In een kadertekst bij het artikel over het ADHD-dieet werd er op gewezen dat er heel veel onbewezen is van alle claims over de effecten van voeding op het brein. Toch zal geen verstandig mens durven beweren dat het er 'dus' niet toe doet wat je eet. Veel verstandiger zou het zijn om meer te investeren in goed onderzoek naar de rol van voeding bij psychische problemen. In een tijd waarin onze eetgewoonten zich in hoog tempo wijzigen is het van groot belang om nauwkeurig vast te stellen welke gevolgen dat heeft.

Waarbij ook de mogelijkheid dat het om positieve veranderingen gaat niet mag worden uitgesloten. Je hanteert een wetenschappelijke methode, of je rotzooit maar wat aan...

Bram Bakker is psychiater en columnist van Volkskrant.nl






woensdag 12 december 2012

'Subjectiveit diagnose ADHD pleit voor terughoudendheid'

‘De subjectiviteit van de diagnose ADHD en de beperkingen in de werkzaamheid van en kennis over de medicamenteuze behandeling, pleiten voor terughoudendheid met het stellen van de diagnose en met medicamenteuze behandeling.’

Dat schrijven drs. E.H. Nieweg en dr. L. Batstra in het Geneesmiddelenbulletin van november, waarin aandacht wordt besteed aan de behandeling van ’Attention Deficit Hyperactivity Disorder’ (ADHD) bij kinderen en adolescenten.

Toename medicatie
Volgens de auteurs worden de grenzen van ADHD en het indicatiegebied van medicatie niet alleen door medische, maar ook door sociale normen bepaald. Zij achten een maatschappelijke discussie hierover noodzakelijk. Het blad tekent op dat het aantal recepten voor de behandeling vanADHD twintig jaar sterk is toegenomen. Kinderen en jongeren zijn de grootste groep gebruikers.

Diagnose
De DSM-IV stelt dat het voor de diagnose ADHD noodzakelijk dat niet alleen de verschijnselen (symptomen) van aandachtstekort, hyperactiviteit en impulsiviteit ‘vaak’ aanwezig zijn, ‘er moet ook sprake zijn van klinisch relevant disfunctioneren (impairment).’
Daarnaast stellen zij het probleem dat de diagnose tot op zekere hoogte subjectief is, waardoor een groot grijs gebied is tussen ADHD en normaal gedrag en functioneren. ‘Deze diagnostische criteria kunnen verschillend worden geïnterpreteerd (wat is ’vaak’, wat is ’normaal’ en wanneer is sprake van disfunctioneren?)’

Medicijnen
In het artikel staat dat geneesmiddelen voor de behandeling van ADHD behoren te worden voorgeschreven door een arts die deskundig is op het gebied van gedragsstoornissen bij kinderen. Plus zo stellen zij, moeten medicijnen, volgens de geregistreerde indicatie pas in aanmerking komen als niet-medicamenteuze behandelingen geen of onvoldoende effect sorteren. ‘In diverse richtlijnen wordt een medicamenteuze behandeling nu als eerstekeuzebehandeling aanbevolen als sprake is van ernstige klachten. Maar, schrijven ze, ‘in deze richtlijnen wordt niet omschreven wat met ernstig wordt bedoeld.’

Ervaring
In de discussie over ADHD wordt vaak de kritiek naar voren gebracht dat geneesmiddelen te snel worden voorgeschreven, met voorbijgaan aan psychosociale behandelingen. Als toch wordt begonnen met een medicamenteuze behandeling van ADHD, dan heeft het middel waarmee de meeste ervaring is opgebouwd de voorkeur, namelijk methylfenidaat. Een realistische verwachting van medicatie is dat symptoomverbetering op de korte termijn bereikt kan worden, niet dat daarmee ook op de langetermijn effecten aanhouden.

Werkzaamheid
De auteurs gaan ook in op de werkzaamheid van amfetaminen en andere middelen bij de behandeling van ADHD bij kinderen en adolescenten. Zij constateren dat de geregistreerde middelen op de korte termijn een evidente werkzaamheid hebben in het verminderen van ADHD-gedragingen (symptomen) in vergelijking met placebo. 'Er is een groot placebo-effect, tot ongeveer 30 procent. Symptoomvermindering op de lange termijn is niet aangetoond. Ook is niet overtuigend aangetoond dat medicatie op de korte of lange termijn de impairments (het sociale en/of schoolse functioneren) verbetert.’

Laura Batstra pleit al langer voor terughoudendheid bij diagnoses in onder meer haar diverse blogs op Artsennet en haar vorig jaar verschenen boek 'Hoe voorkom je ADHD? Door de diagnose niet te stellen'.





zaterdag 24 november 2012

Belgische kinderen slikken meer medicijnen dan ooit

De Belgische kinderen nemen meer medicatie dan ooit. Het gebruik bij min-18-jarigen is in vijf jaar tijd met 15 procent gestegen. Dat blijkt uit cijfers van het Riziv, schrijft Het Laatste Nieuws. De stijging doet zich voor bij zowat alle medicijnen voor kinderen. Van liefst 12 van de 15 meest voorgeschreven middelen bij min-18-jarigen is het gebruik gestegen tussen 2007 en 2011.

De grootste stijging doet zich voor bij de refluxremmers, waarvan het gebruik met meer dan de helft toenam. Jaarlijks worden meer dan 3 miljoen van die maagzuurremmers voorgeschreven. Ook middelen tegen psychoses, zoals schizofrenie (+37 pct) en ADHD-medicatie (+35 pct) worden jaar na jaar vaker gebruikt, net als medicijnen tegen diabetes (+24 pct) en astma (+21 pct).

Overmedicatie
Kinderartsen en -psychiaters schrikken enorm van de "hallucinante" cijfers. Er is volgens hen één grote oorzaak: overmedicatie. "We schrijven kinderen véél te makkelijk en veel te veel medicatie voor", zegt professor kindergeneeskunde Yvan Vandenplas (VUB). "Een alarmerende evolutie die dringend een halt toegeroepen moet worden. De bijwerkingen van deze middelen zijn veel te gevaarlijk om er zo licht mee om te springen."

"Geen consumptieproduct"
Ook psychoanalyticus Stijn Vanheule (UGent) is verontrust door de sterke stijging. "Mensen zien geneeskunde te vaak als een consumptieproduct", meent hij. "Net zoals bij een kapotte computer die ze vervangen, moet ook een ziekte liefst in 1-2-3 opgelost zijn. Dus zoeken ze hun heil in geneesmiddelen die voor deze quick fix zorgen. Zeer onrustwekkend."

Bron: Het Laatste Nieuws





zaterdag 16 juni 2012

Malou van Hintum: Niet Normaal Wel Speciaal

Malou van Hintum is zelfstandig journalist en publicist. Ze schreef het onlangs verschenen boek ‘Doe eens normaal. Over zin en onzin van psychiatrische diagnoses’. Van Hintum: "Er zijn genoeg mensen die we bewonderen juist omdat ze afwijken van wat we normaal vinden." In de komende weken schrijft Malou van Hintum een column over haar boek.

Niet Normaal Wel Speciaal
We hebben de neiging om mensen die zich anders gedragen dan we normaal vinden, een stoornis toe te schrijven. Maar een stoornis is eigenlijk niet meer dan de extreme uiting van eigenschappen die we allemaal hebben – maar wel allemaal in verschillende mate. En die extremen vinden we lang niet altijd negatief. Integendeel.

Iedereen kent mensen met afwijkende eigenschappen die we hoog waarderen, zoals de muzikale wonderkinderen, de intellectueel briljante kinderen die klassen overslaan, de romanschrijvers en kunstenaars die ons verbazen en verrassen met hun creatieve gedachten, beelden en schilderijen. Er zijn genoeg mensen die we bewonderen juist omdat ze afwijken van wat we normaal vinden; waarbij ‘normaal’ in zulke gevallen meestal ‘gemiddeld’ betekent.

Wat we van deze mensen niet weten, is dat hun genie vaak ook een duistere kant kent. Met name musici en kunstenaars lijden bovengemiddeld aan bipolaire stoornis, wat betekent dat ze behalve hoge pieken, ook diepe dalen kennen. De Britse komiek, schrijver en acteur Stephen Fry maakte er een prachtige tweedelige documentaire over: ‘Stephen Fry –The Secret Life of the Manic Depressive’. Fry, die zelf aan bipolaire stoornis lijdt, won er een Emmy Award mee.

Iemand anders die met zijn stoornis hoge ogen gooit is de Engelse Daniel Tammet. Hij heeft de diagnose Asperger en is een voorbeeld voor veel mensen met autisme die het ‘Proud to be Aut’ in hun vaandel dragen. Zij benadrukken de positieve kanten die de sterke neiging tot systematiseren en patroonherkenning voor het uitoefenen van beroepen als programmeur en wiskundige kan hebben.

Ook mensen met ADD en ADHD zeggen dat het gedrag waarop dit label wordt geplakt, positieve kanten heeft. Tegenover chaotisch gedrag, impulsiviteit en concentratiestoornissen staan sneller en associatiever denken, enthousiasme, veel energie en creativiteit – niet altijd, niet bij iedereen, maar het kan wel een positieve kant zijn van een verzameling eigenschappen die nu als ‘stoornis’ te boek staat.

Betekent dit dat het dus allemaal wel meevalt met die psychische aandoeningen, en dat stoornissen als ADD/ADHD en autisme modeziektes zijn? Nee. Het betekent dat er een grijs gebied ligt tussen gek en gezond, waarbinnen mensen zowel voordeel als nadeel kunnen hebben van bepaalde eigenschappen. Dat hangt af van de intensiteit ervan, van de mate waarin ze erin slagen hun gedrag in goede banen te leiden, en van de omgeving waarin ze functioneren. Soms is ‘niet normaal’ een stoornis. Maar soms ook is ‘niet normaal’ speciaal.



Bron: www.welingelichtekringen.nl

zondag 27 mei 2012

'Handboek psychiatrie is promotie pillenindustrie' (Joop.nl)

Met het nieuw handboek psychiatrie wordt diagnostiseren natte vingerwerk. Gevolg: pillen worden sneller voorgeschreven

sitestat


Er is veel kritiek op het nieuwe handboek psychiatrie. Critici menen dat het leidt tot medicalisering van normaal gedrag. Professor klinisch psychologie Roel Verheul die meeschreef aan het boek, stapte uit de werkgroep van het handboek omdat hij het oneens was met de nieuwe lijn die werd uitgezet. In het nieuwe boek 'DSM-5' zijn de criteria te breed genomen waardoor diagnostiseren natte vingerwerk wordt. Daarnaast zijn de veranderingen in vergelijking tot de eerdere uitgave zo revolutionair dat ze nog niet wetenschappelijk getoetst zijn.

DSM-5 heeft is in het kort gezegd de bijbel voor psychische stoornissen. De belangen zijn volgens Verheul gigantisch, zegt hij in Een Vandaag. ‘Het gaat om miljarden.’ Verzekeraars vergoeden straks alleen een behandeling die is gebaseerd op diagnosen uit het boek.

Onderzoeker Laura Batstra ziet het nieuwe boek als een goudmijn voor de farmaceutische industrie. Zo legt ze uit aan de hand van de diagnose van ADHD bij kinderen. Ze vreest dat in de toekomst nog meer kinderen met de gedragsstoornis gediagnostiseerd worden en daarvoor ook medicatie krijgen, terwijl veel kinderen veel meer geholpen zijn met training van een gedragsdeskundige dan met een pilletje.

Ook zaait Een Vandaag twijfel over de integriteit van de experts die meeschreven aan het rapport. Van de meeschrijvende specialisten heeft 72 procent van de specialisten financiële relaties met pillenfabrikanten.

Verheul roept in de uitzending van Een Vandaag wetenschappers, maar ook de journalistiek op verder uit te zoeken in hoeverre mensen zich hebben laten leiden door belangen van de industrie bij het maken van de nieuwe criteria. Op Twitter reageert Verheul geërgerd dat Een Vandaag met hun strekking van het verhaal de integriteit van experts in twijfel trekt.

'Uitzending @eenvandaagsuggestief. Ik heb geen concrete signalen dat WG leden #DSM5 zich hebben laten leiden door belangen industrie'
en
'Relatie #DSM5 & #industrie: beide azen op dezelfde, schaarse topexperts. Geen reden om te twijfelen aan integriteit van experts!@eenvandaag'

Batstra vindt dat de schrijvers van DSM-5 te weinig rekening hebben gehouden met het feit dat het boek een middel is voor communicatie. De PvdA gaat naar aanleiding van de uitzending van Een Vandaag Kamervragen stellen aan minister Edith Schippers (Gezondheid).

Lees meer op Joop.nl: Psychiatrie zwaar onder invloed van farmacie

Origineel artikel op Joop.nl

zaterdag 26 mei 2012

EenVandaag :: Commotie om nieuw handboek psychiatrie

In mei 2013 moet er een nieuw handboek komen om psychiatrische ziekten te herkennen en benoemen. Er is nu veel commotie rondom de nieuwe criteria die opgesteld zijn. Volgens critici leiden deze tot medicalisering van normaal gedrag. 

EenVandaag :: Commotie om nieuw handboek psychiatrie


woensdag 23 mei 2012

Geachte Robert Vermeiren,

Hartelijk dank dat u deze brief aan mij persoonlijk richt en heel fijn dat u actie onderneemt. Ik ben daar blij mee, want polarisatie is inderdaad schadelijk en onnodig.

U hebt kennis genomen van mijn standpunt en het is prettig te zien dat u het begreep. Helaas geldt dat niet voor sommige mensen die in het publieke domein reageren op mijn boek. De Volkskrant journalist naar wie u verwijst begon haar column met 'ADHD zou het gevolg van incompetente of luie ouders zijn' en brengt daarmee de onterechte boodschap de wereld in dat ik dat zou verkondigen in mijn boek. Ouderverenging Balans en Platform Verontruste Ouders doen dat nog veel ongenuanceerder en vijandiger. Daar heb ik geen vat op, maar ik denk dat dat soort acties zeer polariserend werken. Het moge duidelijk zijn dat ik daar ook niet blij mee ben.

Het gaat erom dat er kinderen zijn die onterecht, en daarmee bedoel ik onnodig, een ADHD diagnose krijgen. Op die kinderen slaat de titel van mijn boek 'Hoe voorkom je ADHD? Door de diagnose niet te stellen'. Zonder problemen die er zijn te willen ontkennen, doe ik een voorstel over hoe we er zo kindvriendelijk mogelijk mee om kunnen gaan.

Ik maak me, net als u, ook zorgen om de kinderen voor wie de diagnose ADHD bedoeld is. Het label wordt nu zo ruim toegepast, dat het aan geloofwaardigheid verliest. En dat doet - zoals u ook stelt – deze kinderen en gezinnen ernstig tekort. Aan het vertekende beeld in de Zembla aflevering heeft volgens mij vooral Dhr. Pereira bijgedragen, die voor de camera hele families op methylfenidaat zette.

Ik vind het belangrijk om onderscheid te maken tussen ziekte en stoornis (niet alleen ADHD, maar ook de andere DSM categorieën). Natuurlijk is dit onderscheid lang niet altijd duidelijk. Maar globaal is er bij ziekte vaak een meetbare lichamelijke afwijking die symptomen veroorzaakt. ADHD (en andere DSM categorieën) is geen meetbare lichamelijke afwijking, maar een naam voor problematische gedragingen. Veel ouders, kinderen, leerkrachten, en zelfs hulpverleners denken dat ADHD een aanwijsbaar breindefect is dat de problemen veroorzaakt, deze denkfout moet m.i. de wereld uit. De meeste kinderen met een diagnose ADHD hebben immers geen aantoonbare hersenafwijkingen en zouden dus ook niet op moeten groeien met dat idee.

Ik pleit ervoor om kinderen met milde en matige problematiek in eerste instantie te helpen door hun ouders en leerkrachten te ondersteunen en te versterken. Precies zoals u zegt: ‘Niet omdat ouders de oorzaak zijn, maar omdat kinderen bij de ouders leven en zij hun kind de hele dag begeleiden. Wat zij doen in het dagelijkse leven van het kind kan geen therapeut bereiken’. Gedragswetenschappers kunnen deze ondersteuning aan ouders en leerkrachten bieden in de eerste lijn, waar een diagnose niet nodig is om behandeling vergoed te krijgen. Uitbreiding van het aantal sessies dat vergoed wordt in de eerste lijn (nu vijf), is iets waarvoor ik me hard wil maken. Kinderen voor wie deze hulp onvoldoende is, kunnen we alsnog doorverwijzen naar de tweedelijns Psychiatrie, voor psychiatrische diagnostiek en onder andere medicamenteuze behandeling. Een dergelijk stepped diagnosis model, kan overdiagnostiek voorkomen zonder onderbehandeling te riskeren. De Psychiatrie kan zich dan richten op waar ze goed in is: het behandelen van ernstige en complexe problematiek.

U hoeft mij geen filmpjes te tonen van kinderen die van geen kanten te hanteren zijn, ik ken ze. Juist voor hen zou ik samen met u willen strijden voor het redden van de geloofwaardigheid van de ADHD diagnose.

Laura Batstra

Bron: Artsennet




Geachte Mevrouw Batstra,

Leiden, 20 mei 2012

Ik schrijf u deze brief in de oprechte hoop met u in gesprek te kunnen gaan over de zorg voor kinderen met ADHD. Vooreerst wil ik benadrukken dat ik veel van uw stellingnamen in uw boek ´Hoe voorkom je ADHD? Door de diagnose niet te stellen´onderschrijf. Mijns inziens verschillen we in essentie zelfs niet van mening. Op een aantal punten ben ik het echter niet met u eens. Onze meningsverschillen zijn niet de hoofdreden om u deze brief te schrijven. Ik schrijf u omdat de polarisatie rond ADHD, waar ook ik ontegensprekelijk aan heb bijgedragen, naar mijn mening schadelijk wordt. Schadelijk voor de zorg aan kinderen en gezinnen met problemen, een groep waar we beiden mee begaan zijn. We belanden mijns inziens in een loopgravenoorlog, een situatie die ons niet tot een oplossing brengt, maar vooral slachtoffers maakt. Die slachtoffers zijn in dit geval vooral de kinderen en hun ouders. Daarom is het van belang dat we in gesprek gaan.

Vooreerst wil ik u op het hart drukken dat ik uw zorgen over het losse gebruik van diagnostische labels deel. Eerder heb ik daar ook over geschreven (Blog Vermeiren, ‘De (echte) ADHD’er gestigmatiseerd´, Artsennet). We zijn het er beiden over eens dat ADHD enkel mag worden gediagnosticeerd als een kind ernstig disfunctioneert ten gevolge van specifieke gedragskenmerken. Dat is een principe dat ik in mijn college, aan studenten geneeskunde in Leiden van jaar 1 t/m 4, expliciet benadruk. Niet enkel voor ADHD, voor alle psychiatrische stoornissen geldt dit principe. Criteria zoals beschreven onder de classificatie ADHD (en ook andere) zijn dus van geen enkele betekenis zonder dat kinderen er problemen door ervaren; thuis, op school of met vriendjes. Om die reden loopt er in Curium-LUMC een project bij huisartsen waarbij de selectie voor eventuele zorg niet gemaakt wordt op basis van symptomen maar op basis van functioneren. Functioneert een kind goed, dan hoeven symptomen zelfs niet bevraagd te worden.

Ik ben het eveneens met u eens dat medicatie nooit de eerste behandeling mag zijn, laat staan de enige. Goede zorg begint bij psycho-educatie en pedagogische ondersteuning. Niet omdat ouders de oorzaak zijn, maar omdat kinderen bij de ouders leven en zij hun kind de hele dag begeleiden. Wat zij doen in het dagelijkse leven van het kind kan geen therapeut bereiken. Daar ben ik in tijdens mijn eerste jaar opleiding, onder supervisie van Theo Compernolle, van doordrongen. Daarom ben ik mede-redacteur van Zit Stil, een boek geschreven samen met ouders en voor ouders. Ook daar heb ik in een eerdere blog over geschreven (Blog Vermeiren, ‘Geachte Tweede Kamerleden´, Artsennet).

Medicatie, ook daar zijn we het over eens, is louter ondersteunend. Daarom kan het dus nooit als de eerste en enige interventie voorgesteld worden (zie Kenniscentrum-KJP, ADHD-medicatie), tenzij de symptomen dermate storend zijn dat we niet aan behandelen en opvoeden toekomen. U stelt terecht dat hoewel medicatie in de Amerikaanse MTA studie op korte termijn de beste resultaten gaf, dat niet op de langere termijn aangetoond kon worden. Dat is de reden waarom behandeling langer dan 2 jaar ook door onderzoekers in de kinderpsychiatrie ter discussie wordt gesteld. Terecht hebt u vermeld dat van geen enkele vorm van behandeling het effect op de langere termijn is aangetoond. Als onderzoeker weet u dat dit te maken heeft met de complexiteit van onderzoek. Doordat de onderzoeksgroepen klein zijn, deelnemers doorheen de tijd van behandeling veranderen, laat gecontroleerd onderzoek niet toe om over specifieke behandelingen op de langere termijn uitspraak te doen. Daarom ben ik voorstander van praktijkgericht observationeel onderzoek, omdat we dan grotere groepen zullen kunnen volgen en rekening zullen kunnen houden met individuele factoren en profielen. Intussen moeten we het helaas doen met de beperkte inzichten die er zijn.

Uw standpunt dat ADHD geen ziekte is, begrijp ik niet. Waarom zou ADHD, volgens scherpe criteria en met als gevolg disfunctioneren, immers niet een ziekte zijn en depressie, autisme, psychose, … wel? Dat de diagnose enkel gedragsobserverend wordt gesteld, en er niet een ‘oorzaak’ aangewezen kan worden, vind ik niet een goed argument. Dat geldt immers ook voor vele andere ziektes, zoals bijvoorbeeld bepaalde vormen van epilepsie. Of ook voor hoofdpijn, waar ondanks de afwezigheid van een oorzaak, en enkel op basis van het subjectieve beleven van de patiënt, niet zelden medicatie wordt voorgeschreven.

ADHD is niet een stoornis omdat er op groepsniveau verschillen worden gevonden in hersenactiviteit. Daar zijn niet enkel wij het over eens, maar ook het gros van alle psychologen en psychiaters. Het psychiatrisch classificatiesysteem DSM IV gaat niet uit van een biologisch substraat, en evenmin Nederlandse en buitenlandse richtlijnen (zoals NICE in de UK) die de diagnostiek en behandeling van ADHD beschrijven. ADHD is het gevolg van een voor elk individu individueel samenspel van omgevingsomstandigheden en individuele biologische kwetsbaarheid. Biologische kwetsbaarheid maakt ADHD niet meer een stoornis, omgekeerd maakt meer omgevingsinvloed het niet minder een stoornis. Vele andere ziekten, zoals bijvoorbeeld diabetes, zijn eveneens het gevolg van omgeving en biologie. Net als bij ADHD bepaalt daarbij niet de oorzaak dat het een ziekte is, maar de gevolgen van de symptomen.

De discussie of ADHD al dan niet een medische ziekte is, lijkt me dus niet relevant. De gezinnen met kinderen met ADHD zijn niet geholpen bij deze discussie, ze willen immers dat hun kind geholpen wordt. Ook daarin verschillen we niet van mening: deze gezinnen hebben hulp nodig. De een wat minder en de ander wat meer. Daarom moeten begeleiding en behandeling worden voorafgegaan door een goed onderzoek. Zodat we gepaste hulp kunnen bieden, die we bij voorkeur zo minimaal mogelijk houden. Als het kan zonder label, dan zou ook ik daar voorstander van zijn. De realiteit is echter dat het bekostigingssysteem van de GGZ het hebben van een diagnose als voorwaarde stelt voor financiering. En dergelijke voorwaarde geldt niet enkel voor kinderpsychiatrische hulp. Ook vanuit de jeugdzorg en onderwijs worden kinderen verwezen met de vraag een etiket te geven, want anders kan zelfs de pedagogische, gedragstherapeutische of onderwijskundige ondersteuning niet geboden worden.

Ik geloof absoluut dat het niet uw bedoeling is geweest ouders van kinderen met echte ADHD te raken. Het gebeurt echter wel. De titel van uw boek is goed gevonden, doch de nuance dat u ADHD-achtig gedrag ter discussie wilt stellen ontbreekt. U versterkt, ongewild zo ik begrijp, de al langer bestaande overtuiging dat ADHD – ook in de ernstige gevallen die ik ken - op te lossen is door de diagnose niet te stellen. Uit uw eerdere optredens in de media maak ik op dat uw standpunt deels voortkomt uit uw ervaringen binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie. Ik betreur dat zeer, omdat u daarmee een fout beeld over de sector hebt en verkondigt. Dit vertekende beeld leeft voort en wordt gekoesterd in de vele reportages over deze stoornis.

Als gevolg van dit alles wordt de diagnose ADHD nu geheel ter discussie gesteld. Dat is het punt dat Malou Van Hintum in haar Volkskrantcolumn wilde maken. Ouders worden hierdoor neergezet als onverantwoordelijk, snakkend naar een diagnose om hun ouderlijk falen te verdoezelen. Met als gevolg dat ouders met kinderen met ADHD (met dus symptomen en disfunctioneren) zich schuldig voelen omdat ze moeten terugvallen op kinderpsychiatrische hulp en ja, soms medicatie. Ze worden er hierop aangesproken door de omgeving. Daarover maak ik me zorgen, want ik ken veel van dergelijke voorbeelden. Kinderen die door hun ADHD van geen kanten te hanteren zijn. Kinderen waar niemand over zal twijfelen dat ze ziek zijn. De filmpjes die ik van deze kinderen heb, kan ik helaas niet tonen. Ik heb enkel toestemming ze voor onderwijs te gebruiken. In die filmpjes zijn ook gesprekken met de ouders te zien, die vertellen wat ze al allemaal gedaan hebben om het probleem te verhelpen (zie bijvoorbeeld ook blog Vermeiren, ‘Bezuiniging ggz belemmert noodzakelijke zorg´, Artsennet). Het zijn deze gezinnen die ontzettend verontwaardigd zijn over de huidige anti-ADHD hetze.

Om deze redenen, en nog vele andere, hoop ik met u hierover in gesprek te kunnen gaan. Optimale zorg voor kinderen met ADHD en hun gezin streven we beiden na. Ik ben ervan overtuigd dat we dit meest optimaal kunnen door samen te werken en samen op te trekken.

Ik hoop u met er met dit schrijven van te hebben overtuigd dat mijn intentie om in gesprek te gaan gemeend is.

Ik hoop spoedig van u te horen.

Robert Vermeiren.

Hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Curium-LUMC
Hoogleraar forensische kinder- en jeugdpsychiatrie, VUMC


Bron: Artsennet




Balans: 'Batstra gaat te ver in haar strijd tegen diagnose ADHD'

Laura Batstra, auteur van het boek 'Hoe voorkom je ADHD? Door de diagnose niet te stellen', reageert op de opiniepagina van de website van VK op de column van Malou van Hintum die het opneemt voor ouders van kinderen met ADHD. Batstra doet dat op de haar eigen aanvallende wijze en maakt en passant ook even oudervereniging Balans zwart.

Ze noemt Balans wreed voor ouders. Daarmee gaat ze echt een stap te ver. Haar argument is dat Balans haar website en folders zou laten financieren door de farmaceutische industrie. Dat is pertinent onjuist en een stoot onder de gordel van een hardwerkende oudervereniging die zich altijd ten doel heeft gesteld ouders betrouwbare onpartijdige informatie te geven en aandacht te vragen voor begrip en ondersteuning van deze doelgroep.

Hoe het wel zit?
Balans heeft in het verleden inderdaad sponsorgeld ontvangen van de industrie. Deze bedroeg nooit meer dan 3% van het jaarbudget. In een gedragscode werd zorgvuldig vastgelegd dat Balans geheel vrij was in het publicatiebeleid. Met het extra geld beoogde Balans meer financiële ruimte te creëren om de belangen van kinderen met ontwikkelingsproblemen op het gebied van leren en gedrag breder te kunnen behartigen.

Ondermeer in het onderwijs omdat Balans, totaal anders dan de ouderverenigingen van de verschillende zuilen in Nederland, geen cent subsidie ontving van het ministerie van Onderwijs. Terwijl Balans een goede aanpak van kinderen met ADHD in de klas al vele jaren propageert. Zelfs de eerste was met publicaties daarover. Weet Batstra bijvoorbeeld van het initiatief van Balans om in samenwerking met de Vrije Universiteit en het Fonds Psychische Gezondheid een leerkrachttraining ADHD te ontwikkelen?

De afgelopen jaren heeft Balans noodgedwongen door de vele verdachtmakingen van personen zoals Batstra afgezien van sponsoring door de farmaceutische industrie.

Batstra bestrijdt te vuur en te zwaard de bewering dat ADHD een neurobiologische achtergrond heeft. Zij zou als wetenschapper op de hoogte moeten zijn van het toenemende bewijs dat ADHD zijn oorsprong vindt in afwijkende hersenfuncties. Dat te ontkennen maakt haar als wetenschapper niet geloofwaardig. Een blik in de geschiedenis zou haar moeten doen beseffen dat het met vele aandoeningen (in de psychiatrie) zo gegaan is dat ze eerst met kracht werden bestreden om later toch erkenning te krijgen.

En over die folders?
Balans heeft nooit enige voorlichtingsfolder door de industrie laten financieren. De folders werden gemaakt dankzij de inzet van hardwerkende belangenbehartigers die steun kregen van prominente wetenschappers.

Laura Batstra, wij zijn het voor een groot deel met elkaar eens. Natuurlijk staan wij ook voor maximale ondersteuning van kinderen en ouders. Dat is al 25 jaar ons werk. De vereniging wreedheid naar ouders te verwijten gaat dan echt te ver. Daarmee dien je niet het belang van deze kinderen en hun ouders.

Overgenomen van BalansDigitaal




vrijdag 18 mei 2012

'ADHD is niet, zoals kanker, een ziekte die huist in het individu'

ADHD zou een excuus zijn voor luie, incompetente ouders om drukke kinderen niet goed op te voeden. Onzin, zegt Malou van Hintum in haar column van 15 mei. Onzin, zegt ook ondergetekende Laura Batstra, die onlangs stof deed opwaaien met de publicatie van haar boek 'Hoe voorkom je ADHD? Door de diagnose niet te stellen'.

Toegegeven, de titel provoceert. Maar dat was niet de reden om er voor te kiezen. Deze titel vat de belangrijkste boodschap van het boek samen: Voor kinderen met ADHD-achtig gedrag kan een omgeving die rekening houdt met hun gedrag vaak helpen, net zoals een gedragstraining van henzelf en hun ouders. Maar niet altijd. En dan is een doorverwijzing naar de psychiatrie - voor diagnostiek en eventueel medicatie - een volgende stap. Lees de laatste alinea van de column van Van Hintum nog eens en u ziet dat Van Hintum en Batstra het wederom met elkaar eens zijn.

Erkenning
Jammer dat een journalist een column schrijft over een boek dat ze niet gelezen of niet begrepen heeft. Nergens in het boek staat dat ouders of leerkrachten lui en incompetent zouden zijn. Ik pleit daarentegen voor erkenning, waardering, ondersteuning en begeleiding voor degenen in onze samenleving die kinderen grootbrengen bij wie het niet vanzelf gaat. Kinderen die veel van hun opvoeders vragen, omdat ze het moeilijk hebben en moeilijk zijn. Erkenning, waardering en hulp zouden alleen niet afhankelijk moeten zijn van een kindpsychiatrische diagnose.

Ja, deze kinderen zijn gevoeliger voor verslaving. Helaas laten de meest recente onderzoeken zien dat je verslaving niet kunt voorkomen door kinderen ADHD-medicatie te geven. Medicatie verbetert ook niet het sociale of schoolse functioneren. De werkhouding in de klas verbetert wel, maar de prestaties niet of nauwelijks. Dat geldt tot nog toe trouwens ook voor gedragstherapie. We zijn er dus nog niet en moeten blijven zoeken naar manieren om deze kinderen 'op de rails' te houden of te krijgen.

Van Hintum heeft goed begrepen dat ik stel dat veel kinderen de diagnose ADHD ten onrechte krijgen. Maar dat mijn sleutelargument daarvoor zou zijn 'dat ADHD te vaak voorkomt' is weer een plank mis.

Van de vergelijking met kanker die volgde - Vinden we ook dat de meeste kankerpatiënten eigenlijk geen kanker hebben, omdat kanker tegenwoordig veel vaker voorkomt dan vroeger? - staan m'n tenen nog krom. Speciaal voor de journalist leg ik het nog één keer uit:
Het gedrag dat we ADHD noemen is niet, zoals kanker, een ziekte die huist in het individu. Druk en afgeleid gedrag is altijd het resultaat van een complex van factoren, die deels in het kind liggen (bijvoorbeeld temperament) maar ook deels buiten het kind (bijvoorbeeld school, maatschappij, buurt). De mate waarin het gedrag een probleem is, is bovendien mede afhankelijk van de draagkracht en vaardigheden van volwassenen in de omgeving van een kind. Met een diagnose en medicatie voor het kind maak je het kind probleemeigenaar en geef je hem of haar de boodschap: 'het ligt aan jou dus we sleutelen aan jou.' Dit is in veel gevallen een onterechte en vooral ook onnodige boodschap, en ik pleit er dan ook voor om waar mogelijk kinderen tegen deze boodschap te beschermen.

Sleutelfiguren
Dat kan, door ouders en leerkrachten te helpen om het gedrag van deze kinderen zo goed en zo vriendelijk mogelijk bij te sturen. Absoluut niet omdat ouders en leerkrachten de schuld zijn van de problemen die er zijn, maar wel omdat zij sleutelfiguren kunnen zijn in het oplossen en leren omgaan met de moeilijkheden van het kind.

Ik heb mijn boek geschreven om eerlijke voorlichting over ADHD beschikbaar te maken voor ouders en leerkrachten. Voorlichting van iemand zonder belangen. Mede onder invloed van de rijke en dus machtige farmaceutische industrie, wordt ADHD op veel plaatsen onder de aandacht gebracht als zijnde een neurobiologische hersenziekte waarvoor pillen een oplossing bieden.

Hoeveel ouders die voor informatie over ADHD terecht komen op de website van Oudervereniging Balans weten dat deze website is betaald door een producent van ADHD-medicijnen? Hoeveel ouders weten dat informatiefolders die ze krijgen van de farmacie afkomstig zijn? Wie kwetsbare ouders die de juiste beslissingen proberen te nemen voor hun kwetsbare kinderen deze informatie wil onthouden, is wreed.

Laura Batstra is medewerker van de Rijksuniversiteit Groningen en auteur van het boek: 'Hoe voorkom je ADHD? Door de diagnose niet te stellen'.






donderdag 17 mei 2012

Malou van Hintum: 'ADHD is geen aanstelleritis'

ADHD zou een excuus zijn voor luie, incompetente ouders om drukke kinderen niet goed op te voeden. "Onzin", zegt Malou van Hintum.

Elke dag kun je wel ergens lezen dat ADHD, een aandachtstekortstoornis die meestal gepaard gaat met hyperactiviteit en impulsiviteit, niet meer is dan een schaamlap. Een schaamlap die in het beste geval de onmacht van opvoeders moet maskeren om kinderen in het gareel te houden, en in het slechtste geval hun gemakzucht. Ouders en leerkrachten zouden het gemakkelijker vinden kinderen te drogeren met Ritalin, een geneesmiddel dat onder de Opiumwet valt en alleen daarom al allerlei alarmbellen doet rinkelen.

Kanker
Het recent verschenen boek van de Groningse psycholoog Laura Batstra pookt dat vuurtje nog eens extra op. Onder de titel 'Hoe voorkom je ADHD? Door de diagnose niet te stellen' suggereert Batstra dat de meeste kinderen met ADHD de diagnose ten onrechte krijgen. Het sleutelargument daarvoor is, dat ADHD te vaak voorkomt.

Dat is een raar argument. Vinden we ook dat de meeste kankerpatiënten eigenlijk geen kanker hebben, omdat kanker tegenwoordig veel vaker voorkomt dan vroeger? Of dat we de diagnose Alzheimer maar niet meer moeten stellen, omdat anders de verpleeghuizen te vol worden?

Slaag en straf
Nee, natuurlijk. Kanker en Alzheimer zijn in hoofdzaak ouderdomsziekten, ook al komen ze ook bij jongere mensen voor. En dat we ouder worden, komt omdat we dankzij een welvarende maatschappij en voortschrijdende medische inzichten langer blijven leven. Dat we die ziekten vaker zien, is dus dankzij maatschappelijke en medische ontwikkelingen. Dat maakt de mensen die eraan lijden niet minder ziek.

Iets soortgelijks geldt voor ADHD, dat dankzij maatschappelijke en medische ontwikkelingen zichtbaarder is geworden. Kinderen die vroeger als 'vervelend' of 'druk' golden, werden vaak gedisciplineerd met slaag en straf. Tegenwoordig weten we dat veel van die kinderen zelf ook best anders zouden willen, maar dat niet kunnen.

Hoge eisen
Lange tijd was er voor kinderen met ADHD (letterlijk) meer ruimte, én er werden minder hoge eisen aan hen gesteld. Er waren dus minder factoren die hun kwetsbaarheid konden triggeren dan nu; vandaar dat er nu meer kinderen met ADHD zijn dan toen. Bovendien werden ze vroeger anders behandeld. Een kind dat voortdurend de orde verstoorde in de klas, kreeg een draai om zijn oren en moest in de hoek staan. De jongens die op de achterste bankjes in de klas zaten te klieren, werden genegeerd en verdwenen al snel van school om ongeschoold werk te gaan doen: op het land, of in de fabriek.

Tegenwoordig wordt er niet meer geslagen op school, zijn kinderen langer leerplichtig, en heeft het onderwijs een andere structuur gekregen. Kinderen moeten beter opletten en meer eigen initiatief tonen dan vroeger.

De meeste kinderen kunnen goed aan die eisen voldoen: ongeveer vijf procent van hen krijgt de diagnose ADHD, en zo'n 95 procent dus niet.

Flipperkast
Is die vijf procent gek? Nee. Hebben zij, hun familieleden en hun leerkrachten een probleem? Ja. Want kinderen met ADHD zijn niet 'lekker druk', maar hebben last van voortdurende rusteloosheid. Ze hebben een 'flipperkast' in hun hoofd die maar niet op 'stil' wil. Daardoor kunnen ze zich slecht concentreren op school en slecht plannen, en zich ook niet goed handhaven in het sociale verkeer.

Ze maken vaak ruzie met leeftijdgenootjes en hun ouders, en zijn vaker angstig en depressief - wat niet zo gek is, als je regelmatig op je kop krijgt. Ze hebben vaker een ongelukje, omdat ze impulsief zijn en daardoor sneller risicovolle situaties opzoeken. En ze zijn gevoeliger voor verslaving.

Wreed
Dat kun je allemaal ontkennen, maar wie schiet daar iets mee op? Daarmee is niet gezegd dat al die kinderen per se aan de medicatie moeten. Het hangt er maar vanaf hoe ernstig iemands disfunctioneren is, hoeveel hulp de omgeving kan bieden en welke kwaliteiten hij zelf heeft om met zijn aandoening om te gaan.

Voor kinderen met ADHD kan een omgeving die rekening houdt met hun gedrag vaak helpen, net zoals een gedragstraining van henzelf en hun ouders. Maar niet altijd. Er zijn kinderen die behalve psychotherapeutische hulp ook medicatie nodig hebben om te kunnen leren hun gedrag onder controle te krijgen. Daar worden ze geen doorsnee-kinderen van, laat staan zombies, maar zo kan wel een basis worden gelegd voor een ander leven. Een leven waarin het hun wél om lukt dingen af te maken en met vriendjes mee te doen. Wie kinderen dat wil ontzeggen, is wreed.

Malou van Hintum is columnist van Volkskrant.nl en auteur van het boek 'Doe eens normaal. Over zin en onzin van psychiatrische diagnoses' dat donderdag 24 mei in de winkel ligt.


De Volkskrant





maandag 7 mei 2012

Hoe Voorkom Je Adhd?

Door de diagnose niet te stellen...

Is ADHD een ziekte? Word je met ADHD geboren? Verbetert medicatie het functioneren van een kind met ADHD in alle gevallen? Het antwoord is drie keer nee, aldus Laura Batstra. Ouders en leerkrachten worden massaal verkeerd voorgelicht over ADHD.

De laatste jaren is er sprake van een enorme toename in het aantal diagnosen, terwijl het voor veel kinderen mogelijk en beter is om uit het psychiatrisch circuit te blijven.

Wanneer het gedrag van het kind in het 'vakje' ADHD past, is het eerste advies aan ouders meestal: medicatie. Maar medicatie heeft een aantal forse nadelen. Soms wegen de voordelen op tegen de nadelen, maar vaak niet. In veel gevallen kan met ouder- en leerkrachtondersteuning evenveel bereikt worden.

Een controversiële stellingname...

Reactie van kinderarts / opleider kindergeneeskunde Carsten Lincke:
"Met kiezen voor een gedragsmatige aanpak is in eerste instantie natuurlijk niets mis, alleen is het voor ouders en kinderen vervelend als er door ideologische overtuigingen onnodig lang medicamenteuze therapie wordt onthouden, waar in wezen een gecombineerde aanpak de voorkeur verdient".




dinsdag 1 mei 2012

'Kinderen worden de dupe van ADHD-hetze'

Door: Malou van Hintum

Kinderen met ADHD zijn niet alleen maar een beetje te druk. Ze hebben echt een probleem en hun ouders ook, zegt Malou van Hintum.

Er is een kind dat thuis en op school voortdurend in de clinch ligt met anderen. Omdat hij hen steeds in de rede valt, zich opdringt bij gesprekken en spelletjes, stuitert en springt. Zo'n kind dat vaker dan anderen een ongelukje heeft omdat hij zo impulsief is, maar ook omdat hij zoals veel ADHD-kinderen een motorische stoornis heeft, waardoor hij sneller struikelt en valt. Plannen en dingen onthouden kan hij ook al niet zo best, waardoor hij vaker fouten maakt dan een ander.
Al met al krijgt zo'n kind vaker op zijn kop: 'kijk toch uit', 'hou je mond', 'bemoei je er niet mee'- en daar wordt het niet vrolijker van.

Flipperkast
Het beeld dat in de media van ADHD-kinderen wordt geschetst - energieke, enthousiaste kinderen die worden gedrogeerd omdat ouders en leerkrachten graag rust in de tent hebben - is méér dan ongenuanceerd. Het onbegrip en de verbale agressie die ouders over zich heen krijgen, zorgen ervoor dat er zo langzamerhand sprake is van een ADHD-hetze.

Daar worden de kinderen de dupe van. Want veel kinderen zijn blij dat Ritalin of Concerta de 'flipperkast' in hun hoofd even stil zet, zodat ze geen buitenstaanders meer zijn. Want daar gaat het om. Ouders van ADHD-kinderen willen geen slappe poppen op de bank, en die krijgen ze ook niet. Maar ze willen wel graag kinderen die kunnen meedoen: op school, thuis en met vriendjes. En die daar zonder medicijnen niet in slagen door de rusteloosheid in hun hoofd.

Epidemie
Wordt het etiket ADHD te snel geplakt? Dat is vast weleens het geval. Er zijn psychologen en huisartsen die in een kwartier tijd de diagnose stellen, iets wat helemaal niet kan. Kinder- en jeugdpsychiatrie is een vak, en degenen die het uitoefenen zijn medisch specialisten. De huisarts doet ook geen hartoperaties.

Iets anders is dat in ons verzekeringssysteem zorg alleen wordt vergoed als er een officiële diagnose wordt gesteld. Een label levert geld op - een perverse prikkel die er ongetwijfeld toe leidt dat ouders en leerkrachten er ook weleens onterecht op aandringen.
Bedenk hierbij dat 95 procent van de kinderen de diagnose ADHD niet krijgt. Van een ADHD-epidemie is dus geen sprake.

Verwarrend
ADHD is een ingewikkelde stoornis met symptomen die je in afgezwakte vorm of in beperkte mate ook bij 'gewone' mensen ziet. Dat is verwarrend. ADHD is ook, net zoals vrijwel alle psychiatrische aandoeningen, omgevingsgebonden. Alleen pillen geven tegen ADHD werkt dan ook niet. Psychiaters weten dat heel goed: slechts een kwart van de behandelingen met Ritalin wordt door kinder- en jeugdpsychiaters begonnen.

Vaak gaat het om een combinatie van dingen die een kind kan helpen, zoals gedragstraining, aanpassingen op school en oudertraining. Maar dat is niet altijd genoeg. Medicatie kan nodig zijn om ervoor te zorgen dat een kind voldoende rust en ruimte in zijn hoofd krijgt om überhaupt een psychotherapeutisch programma te kunnen volgen.

Het zou heel fijn zijn als onderzoekers op termijn kunnen aantonen onder welke voorwaarden sport, voeding en/of neurofeedback goede alternatieven voor medicijnen kunnen zijn. Maar zolang medicatie (samen met gedragstherapie) voor sommige kinderen de enige oplossing is, mag je ouders die keuze niet verwijten, en hun kinderen het medicijn niet ontzeggen.

Malou van Hintum is politicoloog en columnist voor vk.nl




zondag 25 maart 2012

De 'methode Langelaar' ofwel rennen op het schoolplein

Door: Jurriaan Kamp | Tijdschrift ODE april 2012

Toen ik op school zat, bestond ADHD nog niet. Er waren drukke kinderen die het moeilijk hadden om zich te concentreren. Ik herinner me dat meneer Langelaar van de Montessorischool wel eens een vriendje naar het schoolplein stuurde om een paar rondjes te gaan rennen. Of dat een effectief "medicijn" was, weet ik niet. Ik weet wel dat de meesten van ons best aardig terecht zijn gekomen zonder vervelende diagnoses en zware medicijnen.

Het gaat mij er niet om ADHD te bagatelliseren. Er zijn de nodige gezinnen die kampen met kinderen die niet goed kunnen functioneren. Zulke gezinnen zijn vaak blij dat de medische wetenschap een antwoord op die problemen biedt, ook al zullen ouders hun kinderen nooit graag op een permanent regime van medicijnen slikken zetten. Het echte probleem is dat die ouders vaak radeloos zijn en daarmee simpele slachtoffers voor een op winst gericht farmaceutische industrie die constant hongerig op zoek is naar nieuwe klanten en daarom klaarstaat om (soms alledaagse) symptomen en ziekteverschijnselen van nieuwe etiketten en medicijnen te voorzien.

Het goede nieuws is dat er andere en betere oplossingen bestaan. Het artikel van Hanny Roskamp op pagina 26 beschrijft het onderzoek van Lidy Pelsser. (Zie ook: deze blogpost). Dat onderzoek toont aan dat in 60 procent van de gevallen ADHD kan worden genezen via het dieet. De symptomen verdwijnen door bepaalde dingen niet te eten. Dat lijkt eenvoudiger dan het is, omdat de oplossing geen algemeen dieet betreft, maar een menu dat per individu moet worden ontdekt en samengesteld. Het werk van Lidy Pelsser bevestigt andere wetenschappelijke ontdekkingen. Het nieuwe onderzoeksterrein van de epigenetica leert dat het mogelijk is om het functioneren van de cellen in het lichaam te beïnvloeden door de omgeving en voeding van de cellen te veranderen. De Amerikaanse bioloog Bruce Lipton is een voortrekker van deze nieuwe visie. Binnenkort kunt u in Ode met hem kennismaken.

Pelsser en Lipton wijzen een veel heilzamere route naar genezing dan het slikken van chemicaliën, die meestal allerlei minder gunstige bijwerkingen hebben. Die weg is veelbelovend. Als dieet 60 procent van de gevallen van ADHD kan genezen, zijn er talrijke andere mogelijkheden om de overige 40 procent te genezen. Zo blijken omega3-supplementen een gunstig effect te hebben, maar het is ook goed voorstelbaar dat concentratie-oefeningen als meditatie en yoga een genezende werking kunnen hebben. Als onderzoek naar het effect van meditatie en yoga met dezelfde inzet als het dieet-onderzoek van Pelsser zou worden gedaan, mogen we op verrassende nieuwe inzichten rekenen.

Het aprilnummer van Ode ligt nu in de winkel en is te verkrijgen voor de iPad via de app ‘Tijdschrift’. Bestellen kan ook via 0251 257927.




woensdag 14 maart 2012

De (echte) ADHD'er gestigmatiseerd

Ook ik maak me ook zorgen over het zeer losse gebruik - misbruik misschien wel - van de diagnose ADHD. Net als 'hysterie', ooit enkel als stoornis gehanteerd, is ADHD een dagelijks begrip geworden. Men typeert er de medemens mee die wat drukker is dan een ander. Net zoals 'autist' staat voor diegenen die minder sociaal zijn en meer gericht op technische zaken.

Mijn dochter vertelde me enkele jaren geleden langs haar neus weg dat ze enkele ADHD'ers had in haar klas. Tot mijn verbazing vroeg ze me of ze zelf niet een beetje autist was, want vrienden maken ging haar niet goed af. Dat is een vorm van medicalisering die ongewenst en zelfs schadelijk is, niet enkel voor de zogenaamde maar ook voor de echte ADHD'er.

Worstelen
Het idee van mijn dochter dat ze een stoornis had, enkel omdat ze (toentertijd, nu helemaal niet meer) het sociaal een beetje moeilijk had, heb ik haar gauw uit het hoofd gepraat. Ik prijs me namelijk erg gelukkig dat ik niet ouder ben van een kind met ADHD of autisme, zoals ik er talloze ken vanuit de praktijk. Het zijn immers stuk voor stuk gezinnen die worstelen met de opvoeding, die niet meer bij familie of vrienden kunnen komen omdat hun kind het te bont maakt.

Zit stil
Toegegeven, er zijn gezinnen die de opvoeding niet zo nauw nemen, waardoor hun concentratiegestoorde, drukke en impulsieve kind het nog moeilijker heeft. Aandacht besteden aan pedagogische aanpak kan veel verhelpen, zoals kan gelezen worden in het boekje Zit Stil van Compernolle en Vermeiren (zie onder). Ik ken echter heel wat ouders die alles, maar dan ook alles, doen om de situatie de baas te worden; die cursus na cursus en lezing na lezing volgen, pedagogische en therapeutische boeken verslinden, pedagogische strategieën uitproberen...

Anti-ADHD-hetze
Het is deze groep die keihard geraakt wordt door huidige de anti-ADHD-hetze. Niet enkel hebben die ouders een kind dat disfunctioneert, dat de verwachtingen die de maatschappij stelt niet aankan, ze worden nu ook nog eens verfoeid. Omdat ze er niet in slagen hun kind gewoon groot te laten worden.

Ouderlijk falen
Nog erger wordt het als ze het aandurven hun kind medicatie te geven. Dan wordt ze verweten dat ze met chemische substanties hun kind drogeren om hun eigen ouderlijke falen toe te dekken. Niet zomaar pillen maar een amfetamine-achtige stof, methylfenidaat geheten. Hoewel het middel al decennia-lang bekend is, ontegensprekelijk effectief is, en minimale bijwerkingen heeft, staat het internet bol van de onzin over bijwerkingen, verslaving, .... Onzin, want bijvoorbeeld de kans op verslaving vermindert erdoor.

Richtlijnen
Op één vlak is de zorg terecht; de lange termijn consequenties – over jaren of zelfs decennia - zijn slechts beperkt bekend. Om die reden schrijven richtlijnen voor dat het toedienen van stimulantia niet de enige behandeling mag zijn, en dat ze enkel mogen worden voorgeschreven bij ernstig disfunctioneren van het kind.

ADHD-hype
Nogmaals, ik maak me ook zorgen over de ADHD-hype. ADHD is verworden tot een modeterm, een label voor iemand die een beetje drukker is, een tikkeltje impulsief, en ach, af en toe niet goed kan opletten. In praatprogramma’s wordt het niet zelden zelfs als kwaliteit gebracht, een gezellige drukte die een mens verder brengt.

Ritalin
ADHD overkomt tegenwoordig ook ons geliefd huisdier, en Ritalin wordt dus ook door de dierenarts voorgeschreven. Studenten gebruiken het middel gretig, want medicatie voor ADHD verbetert de concentratie, bij iedereen die niet helemaal super voor 100 procent 24/24 kan concentreren. Bij hen gaat het echter helemaal niet om ADHD, niet om een stoornis waardoor ze disfunctioneren.

Gestigmatiseerd
Als kinder- en jeugdpsychiater gaan mijn zorgen nu vooral naar de echte ADHD'er, en de gezinnen - ouders én kinderen - die erdoor worstelen met elkaar en de buitenwereld. De groep met een ADH-Disorder. Ze worstelen omdat hun als druk, impulsief en concentratiegestoord kind al van jongs af aan op school afhaakt en geen vriendjes weet te maken. Omdat het uitermate temperamentvol geboren is en omdat de maatschappij nu eenmaal verwacht dat een kind studeert, rustig speelt, en zich gepland uitleeft (niet in de klas maar tijdens hobby’s bijvoorbeeld). Zij worden nu gestigmatiseerd door de anti-ADHD-lobby; de groep die meent kinderen te moeten redden van ouders en hulpverleners die kinderen willen drogeren.

Onwetendheid
Onwetendheid is een belangrijke reden voor het huidige anti-ADHD gedachtegoed. Het ADHD-beeld is wat mijn dochter (van 10 toen) had, en dat van de praatprogrammadeelnemer. Het betreft kinderen die – ach – een beetje aan de drukke kant zijn. Daar geef je toch geen medicijnen aan. Het gaat echter helemaal niet over die kinderen, maar wel over kinderen die compleet uitvallen.
Kinderen die niet met huis-tuin-en-keukenmiddeltjes rustig te houden zijn, die helaas meer nodig hebben. Kinderen bij wie een gedragsmatige aanpak niet lukt door de drukte. En ja, medicatie is dan soms echt nodig, om die aanpak een kans te geven. Het effect van medicatie is immers enorm, treedt op bij 70 procent van de gevallen, is herkenbaar op korte termijn en dus makkelijk te monitoren.

Stop de hetze
Voor de gezinnen en kinderen met ADHD moet de anti-ADHD-hetze stoppen, hun leven is al moeilijk genoeg. Stigmatiseren zal het enkel maar erger maken.

Bron: Artsennet



zaterdag 18 februari 2012

ADHD mythes en vooroordelen

In de media en Tweede Kamer worden deze dagen nogal wat vragen gesteld rondom de groei van het aantal diagnoses van ontwikkelingsstoornissen, zoals ADHD en Autisme Spectrum Stoornissen (ASS). Een modegril? Een onstuitbare epidemie? Een verzinsel van de farmaceutische industrie om medicijnen te kunnen verkopen? Absoluut niet.

ADHD en ASS zijn zeker geen nieuwe diagnoses; ADHD werd voor het eerst vast gesteld in 1902. Maar het is onmiskenbaar dat beide diagnoses vaker dan dertig jaar geleden gesteld worden. Een belangrijke verklaring voor het groeiend aantal diagnoses is de sterk toegenomen kennis over deze stoornissen. Daardoor worden zij niet alleen bij kinderen, maar ook bij volwassenen veel beter onderkend. Want om maar eens een mythe door te prikken: ADHD gaat niet vanzelf over als je 18 wordt. Ook volwassenen lijden aan (vaak onbehandelde) ADHD.

De groei van het aantal ADHD- en ASS-diagnoses wordt ook veroorzaakt doordat kinderen en volwassenen met mildere vormen van ADHD en ASS nu meer last hebben van hun ziekte. De hoge eisen die aan mensen worden gesteld door het razende tempo van het moderne leven, de enorme toename van prikkels en afname van structuur en voorspelbaarheid, maken dat mensen die vroeger op school en in een vastomlijnde werkkring goed mee konden komen, nu buiten de boot vallen. Dit is op scholen nog het meest opvallend: tegenwoordig moeten kleuters al in staat zijn om zich in een overladen omgeving te concentreren op taken die zij bij voorkeur in groepjes moeten uitvoeren. Dat is simpelweg een onmogelijke opgave voor kinderen met al een lichte vorm van ADHD en/of ASS. De diagnose ADHD en ASS bij kinderen is, om een tweede mythe door te prikken, dus niet het gevolg van ouders die niet kunnen opvoeden. Onze samenleving biedt een minder gezonde omgeving.

In die zin zijn ADHD en ASS wel degelijk ziektes van deze tijd: maatschappelijke ontwikkelingen maken dat individuen die een kwetsbaarheid hebben voor ADHD, en zeker ook voor ASS, nu eerder tegen hun beperkingen aanlopen. Schande dat er zoveel diagnoses gesteld worden? Overbodige medicalisering? Nee, integendeel: door de diagnose snel en trefzeker te stellen, kan men kinderen, pubers en volwassenen en hun omgeving veel beter helpen, zodat zij niet gezien worden als onwillige lastpakken. Mensen met ADHD kunnen meestal prima functioneren door een combinatie van goede voorlichting, gedragstherapie en eventueel medicijnen. Ook voor ASS geldt dat met een gerichte en op de persoon toegesneden begeleiding de kwaliteit van leven goed kan zijn.

Zijn ADHD en ASS als ziektes van deze tijd uniek? Helemaal niet. Veel ziektes zijn een weerspiegeling van hedendaagse maatschappelijke ontwikkelingen: hart- en vaatziekten, ouderdomsdiabetes, huidkanker. Toch verdenkt niemand cardiologen, dermatologen of internisten van overbodige medicalisering, of het te snel voorschrijven van medicijnen omdat deze diagnoses tegenwoordig zo vaak worden gesteld.

Ook deze ziektes komen vandaag de dag veel vaker voor door ongezonde leefomstandigheden en -gewoontes. Mensen die een erfelijke aanleg voor diabetes type II hebben, zullen deze eerder ontwikkelen als zij te vet en te zoet eten en te weinig bewegen. Om hier iets aan te doen, wordt veel voorlichting gegeven over het grote belang van een gezonde leefstijl in een ongezonde, jachtige maatschappij vol verleidingen. Hoog tijd daarom dat wij allen, politiek, onderwijs, werkgevers en zorgverleners meer werk maken van voorkomen dat mensen met ADHD en ASS onnodig ziek(er) worden. Dat kan door omstandigheden op school, werk en in de samenleving gezonder te maken. We floreren allemaal bij rust, reinheid en regelmaat, maar mensen met ADHD en ASS kunnen niet zonder. Daarnaast is het van groot belang dat mensen met ADHD en ASS (en hun gezin!) de medische behandeling krijgen die ze broodnodig hebben. Vroegtijdig diagnosticeren en behandelen neemt niet alleen veel persoonlijk leed weg, maar ook maatschappelijke schade door uitval op school en werk. Het voorkomt bovendien dat mensen met ADHD en ASS hun toevlucht nemen tot alcohol en drugs om rustiger te worden, met alle risico’s op verslaving, criminaliteit en overlast van dien. Gelukkig is de geestelijke gezondheidszorg door de enorme vooruitgang in medische kennis tegenwoordig prima in staat om mensen met ADHD en ASS de zorg te bieden waarmee zij hun leven op de rails kunnen krijgen en houden. Hen die zorg onthouden vanwege mythes en vooroordelen is kortzichtig én onmenselijk.

Rutger Jan van der Gaag
Voorzitter Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie

Marleen Barth
Voorzitter GGZ Nederland





vrijdag 17 februari 2012

'Wie niet in de maat loopt, krijgt Ritalin'...

De ideale jongen is tegenwoordig een meisje en de echte jongen een adhd'er. 
Dat beweert althans columniste Aleid Truijens in de Volkskrant.

Ziekte als identiteit
Toeval of niet, de afgelopen weken ontmoette ik drie mannen die, sprekend over hun kinderen, de term adhd lieten vallen. Telkens ging het om een zoon.

'Tsja, de jongste gaat niet zo goed op school, hij is een adhd'er.' 'De middelste was thuis niet te harden. Adhd'ertje hè?' 'Die van dertig zit al jaren thuis. Hij wordt, als adhd'er, overal ontslagen.' 


Telkens werden de zonen niet omschreven als mensen die last hadden van een ongemak, maar simpelweg als 'adhd'er'. De ziekte is een identiteit geworden.

Ziekte? 
Adhd is geen ziekte, maar een beschrijving van gedrag. Er is geen aanwijsbare medische oorzaak. Wie in een test scoort op symptomen als ongeconcentreerd, druk en beweeglijk, heeft 'het'. Ongelooflijk veel kinderen hebben het. In sommige schoolklassen de helft, vooral jongens.

Hoewel van ziekte geen sprake is, is er een effectief geneesmiddel: Ritalin. Het bestrijdt niet de oorzaken van het gedrag - welke dat ook zijn - maar onderdrukt de symptomen. 'Drukke' kinderen worden op slag rustiger. Het wondermiddel is zo verbluffend dat de verleiding voor ouders en leerkrachten wel erg groot is om aan te dringen op medicatie. De farmaceutische industrie is blij met die miljoenen slikkers. Onbekend is welke effecten dat jarenlange pillen slikken op den duur heeft.

Wanhoop
Er is de laatste tijd veel kritiek op de epidemische toename van adhd. Toch twijfelt niemand aan het bestaan van de symptomen. We kennen allemaal kinderen die geen seconde op hun stoel kunnen blijven, niet lijken te kunnen luisteren en niet langer dan twee seconden zijn geboeid door speelgoed. Jongens, vooral, die zich rollebollend, schreeuwend en vechtend een weg banen over het schoolplein. We kennen ook hun ouders, machteloos vermanend in de supermarkt, en hun zuchtende juf, die de stoorzenders op de gang zet. Begrijpelijke wanhoop.

Vorig jaar was er Laura Bat-stra, een psychologe die haar baan in de kinder- en jeugdpsychiatrie opzegde, omdat zij zich stoorde aan het gemak waarmee kinderen de diagnose adhd krijgen opgeplakt. 'adhd zegt iets over de draagkracht en tolerantie van de sociale omgeving van het kind', zei ze in Trouw. Nog verder ging kinderpsychiater Sjef Teuns - oprichter van de medische kinderdagverblijven, dus niet iemand die gedragsproblemen onderschat. Hij noemde adhd 'een waandiagnose, die de werkelijkheid verdoezelt'. 'Als je niet netjes in de maat loopt', zei Teuns, 'krijg je Ritalin.'

Kwajongensgedrag
En nu is er historica Angela Crott, die een boude bewering over adhd de wereld in slingert. 'Het diagnosticeren van drukke jongens als adhd'er is een uitwas van het burgerlijk beschavingsoffensief dat in de 19de eeuw is begonnen' - zo luidt een stelling bij haar dissertatie. Op 21 december hoopt ze te promoveren op haar onderzoek Van hoop des vaderlands naar adhd'ers. Ik ben benieuwd naar het boek, waarvan ik nu alleen de samenvatting ken. Crott keek in opvoedingsboeken, verschenen tussen 1882- 2005, naar het beeld van jongens. Aan de jongens zélf veranderde in ruim een eeuw niets, concludeert ze. Die bleven altijd hun lawaaiige, bonkige, ravottende, slonzige, impulsieve, opschepperige en hartveroverende zelf. Maar wat een eeuw geleden nog als kwajongensgedrag werd beschouwd, heet nu hinderlijk.

Dat ging sluipenderwijs. Voor 1945 was de jongen nog een 'erfprins des hemels' die nadat hij was uitgeravot een degelijke kostwinner moest worden. Na de oorlog, toen de bevolking in de steden toenam en het ouderlijk gezag taande, werd baldadigheid van jongens (nozems!) vaker als overlast ervaren. De feministen in de jaren '70 bestempelden jongensgedrag als 'agressief'. Vanaf de jaren '80 werd gedrag steeds vaker in psychologische termen beschreven, waardoor er vanzelf meer 'afwijkingen' ontstonden. Bovendien kwamen er meer eenoudergezinnen en stonden er minder mannen voor de klas, waardoor veel jongens een mannelijk rolmodel misten. De nadruk, op school, op zelfstandig werken en zelf-reflectie deed de rest: jongens gingen slechter presteren. De ideale jongen is tegenwoordig een meisje; de echte jongen een adhd'er.

Mooie historische analyse, die goed aansluit bij wat opvoedingsdeskundigen als Louis Tavecchio, Martine Delfos en Micha de Winter erover hebben geschreven. Het wordt nu tijd voor oplossingen en maatregelen. Red de jongen, hij is het waard...

Aleid Truijens is columniste bij de Volkskrant.


Naschrift van de blogredactie:
Hoewel er ontegenzeglijk iets voor het bovenomschreven standpunt is te zeggen, doet het artikel naar onze mening geen recht aan al die kinderen en volwassenen die door hun AD(H)D ernstig in hun functioneren en welzijn worden beperkt en die DANKZIJ ritalin of vergelijkbare medicatie toch een min of meer gelukkig leven kunnen leiden...

Zoeken in Bol.com