Posts tonen met het label School. Alle posts tonen
Posts tonen met het label School. Alle posts tonen

woensdag 16 januari 2013

Expertisecentrum Begeleid Leren

Succesvol studeren met steun voor jongeren en volwassenen met een psychiatrische aandoening

Het Expertisecentrum Begeleid Leren ontwikkelt producten en diensten voor en geeft informatie aan studenten, cliënten, familieleden, docenten en hulpverleners over het (gaan) studeren met een psychiatrische aandoening.

Het Expertisecentrum Begeleid Leren is een gezamenlijk initiatief van het Lectoraat Rehabilitatie van de Hanzehogeschool Groningen en de Stichting Rehabilitatie ’92 te Utrecht

Wat doet het Expertisecentrum Begeleid Leren (EBL)?
Op basis van de ervaringen en de ontwikkelde kennis en deskundigheid met Begeleid Leren activiteiten in zowel het middelbaar- als hoger beroepsonderwijs als in GGz-instellingen biedt het EBL:
  • Oriëntatie op de uitgangspunten en praktijk van Begeleid Leren als rehabilitatie-/reïntegratie-/ondersteuningsprogramma.
  • Training en ondersteuning voor studenten/cliënten, voor werkers en voor management.
  • Training en ondersteuning bij het initiëren, opzetten en uitvoeren van Begeleid Leren-programma’s.
  • Advies en consultatie bij het implementeren van het Begeleid Leren-programma.
  • Doorlopende helpdeskfunctie voor het oplossen van ontstane problemen bij (nieuwe) Begeleid Leren-programma’s.
Website Expertisecentrum Begeleid Leren: www.begeleidleren.nl





maandag 7 januari 2013

Steunpunt Passend Onderwijs

Het Steunpunt Passend Onderwijs geeft ouders van leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte, zoals chronisch zieke of gehandicapte kinderen of kinderen met leer- en/of gedragsproblemen, informatie over passend onderwijs. Het Steunpunt Passend Onderwijs is een samenwerking tussen Balans, CG-Raad en Platform VG.

Het Steunpunt Passend Onderwijs is onderdeel van 5010, het informatiepunt voor ouders met vragen over onderwijs.



Wat is passend onderwijs? Wat is de stand van zaken rond de Wet passend onderwijs? Hoe zitten de samenwerkingsverbanden in elkaar? Heeft uw kind dyslexie, ADHD, een lichamelijke beperking of is het chronisch ziek en zoekt u een geschikte school?

De wijze waarop onderwijs en ondersteuning op school wordt geregeld voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben verandert ingrijpend met de invoering van passend onderwijs.

Bij het Steunpunt Passend Onderwijs vindt u informatie over de Wet passend onderwijs en de gevolgen hiervan voor uw kind. Ook informeren we u over de laatste ontwikkelingen, tonen we voorbeelden van passend onderwijs in de praktijk en zetten we de belangrijkste documenten op een rij.

Tijdens de openingstijden op werkdagen van 10.00-15.00 uur kunt u bellen of mailen met al uw vragen over passend onderwijs. Zie Steunpunt Passend Onderwijs.




dinsdag 1 mei 2012

ADHD... Wat kun je doen in je klas?

Allereerst moet je het kind en de ouders, als ze er nog weinig van afweten, goed uitleggen wat deze diagnose betekent voor hen. ADHD heb je "for life", dus kind en ouders moeten leren ermee om te gaan. Dat dit moeilijk is, zal duidelijk zijn. Met de nodige aanpassingen in de dagelijkse routine, kunnen ze trouwens ver komen. Kinderen met ADHD missen veel vaardigheden die nodig zijn in de dagelijkse schoolsituatie. De benodigde vaardigheden ontwikkelen zich bij hen veel langzamer.
In je groep zul je dus aanpassingen moeten doen, zowel op organisatorisch als op didactisch gebied. Jij kunt als leerkracht het verschil maken voor deze kinderen.

  • Ga om te beginnen uit van de sterke kanten van deze kinderen, sluit aan bij hun goede eigenschappen.
  • Bespreek in je klas wat ADHD eigenlijk is (wel na overleg met het kind en de ouders). Zo onstaat meer begrip. 
  • De kinderen in je groep kunnen "meehelpen" fouten van het kind met ADHD te helpen voorkomen. Maak bespreekbaar hoe kinderen op allerlei gebieden elkaar kunnen steunen, dus ook op dit gebied.
  • Zet in op een goede relatie met deze kinderen; kinderen met ADHD hebben vaak conflicten met andere kinderen. Ruzie met de leerkracht is dus wel het laatste dat ze kunnen gebruiken.
  • Bedenk bij het aanspreken dat je soms de aanspreektoon moet hebben voor een kind dat ongeveer drie jaar jonger is. Uiteraard reageert het kind ook naar die leeftijd.
  • Zorg voor duidelijkheid over het gewenste gedrag. Benoem het dus ook: "Ik wil graag dat je..."
  • Bevorder positief gedrag door positieve specifieke feedback: "Goed van je dat je 5 minuten geconcentreerd aan je taalwerk was. Ik weet hoe lastig je dat vindt."
  • Negeer negatief gedrag zoveel mogelijk: uiteraard binnen je eigen grenzen.
  • Spreek een stopteken met het kind af, zodat je hem onopvallend kunt herinneren aan een afspraak.
  • Houd tijdens de les positief contact met het kind door blikken van verstandhouding, een knipoog, een opgestoken duim enz. Zo heeft het kind je aandacht en weet het meteen dat het goed bezig is.
  • Voor kind met ADHD is het lastiger dan voor anderen om in te schatten of een situatie zich leent voor kletsen, overleg of stilte. Duidelijke regels hierover helpen een kind om zich gepast te gedragen. Je kunt hiervoor gebruik maken van een stoplicht (groen = praten mag, oranje = alleen zachtjes overleggen, rood = stil zijn). Voordat je dit systeem gebruikt, moet je natuurlijk wel eerst de regels die bij de kleuren horen, uitleggen. Het stoplicht is trouwens ook een handig hulpmiddel voor andere kinderen.
  • Hanteer de gestelde regels consequent en beloon of straf meteen. Bij deze kinderen heeft twee uur later straf maken of een compliment geven geen zin, ze zijn de gebeurtenis al vergeten.
  • Geef veel individuele aandacht.
  • Maak bij vrije situaties (pauze, uitstapjes) vóóraf goede afspraken.
  • Kondig veranderingen van te voren aan. Bereid het kind voor op een roosterverandering, een uitstapje, enz. Deze kinderen worden heel onrustig van onverwachte gebeurtenissen.
  • Leer het kind weg te lopen uit conflictsituaties en naar jou toe te komen, in plaats van meteen in de aanval te gaan.
  • Zorg dat het kind kan bewegen; Sta loopjes toe, desnoods een blokje op de gang. Dit werkt echt!
  • Het is essentieel om bij kinderen met ADHD veel te herhalen. Ook gemaakte afspraken moet je steeds herhalen.




dinsdag 14 februari 2012

Gedrag Is Meer Dan Je Ziet

In het onderwijs worden leerkrachten steeds meer geconfronteerd met leerlingen die 'uitdagend' of 'ongepast' gedrag vertonen. Soms is het moeilijk vast te stellen of het gaat om een fase in de normale ontwikkeling van het kind, of dat er sprake is van risicovol, ontwrichtend gedrag.

Het is van groot belang dat leerkrachten beseffen dat gedragsproblemen niet alleen te wijten zijn aan de leerling. In duidelijke taal, met sprekende praktijkvoorbeelden en voorzien van recente onderzoeksgegeven legt Willem de Jong bloot welke factoren een rol kunnen spelen. Hij onderscheidt hierbij de domeinen 'de leerling', 'het gezin', 'de school' en 'de omgeving' en pleit voor een gedegen analyse van de totale situatie. Want wanneer gedragsproblematiek niet goed wordt onderkend en er niet professioneel op wordt gereageerd, gaan er nodeloos tijd en energie verloren.

Leidraad in het boek is: met kennis van zaken proactief werken. Anders gezegd: op grond van gegevens - en niet op grond van aannames - werken aan het professionaliseren van het pedagogisch en didactisch handelen.
Recensie(s)

De auteur behandelt de risicofactoren bij de leerling zelf, in het gezin, de school en de omgeving. De risicofactoren worden beschreven en er worden voorbeelden gegeven. De tekst bevat veel opsommingen die elkaar regelmatig overlappen, bijvoorbeeld van symptomen en risicofactoren. Een deel van de lijsten met symptomen komt uit het handboek van stoornissen, DSM-IV-TR. Speciale aandacht wordt besteed aan ADHD en de stoornissen ODD (oppositioneel opstandige gedragsstoornis) en CD (ernstige gedragsstoornis). Het gaat vooral om signalering en verwijzing.

In de grijze blokken staan veel voorbeelden. Het boek geeft veel en duidelijke informatie. Met name leerkrachten zullen van dit boek vooral leren dat de problematiek uiterst ingewikkeld is en dat ze nog veel meer kennis moeten vergaren om enigszins adequaat op de problemen te kunnen reageren.

Een boek dat als kennismaking met de problematiek vooral voor leerkrachten, jeugdleiders en andere professionele opvoeders geschikt is.

zondag 4 december 2011

OUDERS HUILEN NIET

door: Suzan Otten-Pablos

Laatst was dochterlief op school verdrietig. Papa en mama hadden een meningsverschil en papa was zonder wat tegen mama te zeggen naar zijn werk vertrokken. Zonder na te denken vergat hij ook om dochter een kus te geven. En nu was ze bang dat papa en mama zouden gaan scheiden.

Papa vertrekt nooit meer zonder een kus te geven naar zijn werk en school heeft het goed opgepakt door het verdriet van dochter serieus te nemen. Maar ook door haar tegelijkertijd een spiegel voor te houden. Door te laten zien dat mama en papa het ook niet leuk vinden als zij en broer ruzie maken. "Maar zij huilen niet", zei dochter.

Het is een opmerking die je weer zo heerlijk aan het denken zet. De laatste keer dat ik echt hartverscheurend heb gehuild was op de dag dat we afscheid moesten nemen van de vorige school. Ik voelde het onrecht wat zoon was aangedaan tot in mijn botten. Maar ik huilde ook omdat ik besefte dat er nog veel meer kinderen slachtoffer zouden worden van het slechte beleid van deze school.

Dat we later grotendeels gelijk hebben gekregen van de klachtencommissie maakte wel iets goed, maar de pijn is altijd een beetje gebleven. Want wat heb ik veel muren gezien, onbegrip en vooroordelen. En ik zie ze soms nog steeds. Maar altijd, echt altijd, zal ik blijven opkomen voor wat ik belangrijk vind.

Mijn kinderen weten zelf nog niet hoe mooi ze zijn. Ik weet het wel. En ik wil dat ze de kans krijgen om te zien wat de tijd met ze doet. Dat ze weten dat ze niet alles meteen hoeven te kunnen en dat het allemaal goed met ze komt als ze maar even geduld hebben. Kinderen hoeven niet meteen een vlinder te zijn. Ze moeten bij iedere slag die ze maken genieten en voelen dat ze leven.

Maar onze onderwijsminister, mevrouw Verbijsterveldt, snapt niet dat er heel veel verschillende kleuren vlinders zijn. Nee, de slissende tuttebol concentreert zich tegenwoordig niet meer op kinderen in het onderwijs, maar op het moraliseren van ouders. Ze vindt namelijk dat ouders meer tijd aan hun kinderen moeten besteden en minder moeten gaan werken. Dat zegt ze niet omdat er ergens een aanwijzing te vinden zou zijn dat ouders hun kinderen verwaarlozen. Dat zegt ze uit schuldgevoel, omdat ze vroeger zelf haar kinderen aan een betaalde oppas heeft overgelaten om leesmoeder te kunnen zijn én om carrière te kunnen maken.

Ze zegt het natuurlijk ook om de bezuinigingen te kunnen legitimeren. Want ouders vragen al jaren om meer betrokken te worden bij het onderwijs van hun kinderen. Maar deze minister denkt alleen in termen van cijfertjes en geld. Werkelijk alles wat leraren nodig hebben om vorm te geven aan passend onderwijs wordt afgepakt en moet dwangmatig worden omgeruild voor de prestatiebeloning, iets wat leraren helemaal niet willen.

Het onderwijs anno nu houdt in dat ouders meer luizen moeten gaan tellen en meer schoolwasjes moeten gaan draaien. En in ruil hiervoor krijgen ouders inzicht in de voortgang en de cijfers die de kinderen halen. Prietpraat van een mevrouw die beter een hobby kan gaan zoeken en voortaan de ouders met rust moet laten.

Gezag heb je, of je nou leraar bent of minister, pas als je gerespecteerd wordt en respect moet je verdienen. Maar voor deze volksvertegenwoordiger, met een onverwerkt trauma, voel ik hoogstens afschuw. Respect heb ik voor mijn kinderen die opgroeien in een land waar je lekker 130 kilometer per uur over de snelweg mag scheuren, maar waar alles wat er werkelijk toedoet stelselmatig wordt afgebroken.

Ouders huilen wel. Ik huil om de onzekere toekomst van mijn kinderen. Maar het verdriet geeft me ook wind onder mijn vleugels om mijn kinderen weerbaar te maken in een versplinterd land.
En hierdoor zien mijn kinderen helaas ook veel te vaak mijn tranen niet.

http://www.adhdnetwerk.nl/ADHD.aspx?id=481&idn=86

maandag 28 november 2011

HET RAPPORT

Zoon en dochter hebben het rapport gekregen. Twee prachtige rapporten met alleen maar voldoendes. En toch stond er op het rapport van dochter dat haar concentratie matig is en dat ze snel is afgeleid. Niet heel vreemd voor een kind met ADHD.
Mijn gedachten gaan terug naar mijn schooltijd. Helaas zijn deze herinneringen over het algemeen niet erg positief. Op mijn rapporten stond namelijk nooit iets leuks. Ik zal een korte samenvatting geven van zes jaar lagere school. Nonchalant, slordig, ongedurig en druk. Aandachttrekkend, onverschillig en niet geïnteresseerd. Onrustig, gauw afgeleid, een slechte concentratie én kan beter. Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat er nooit bij iemand een stuiterbelletje is gaan rinkelen.

Tijdens de afscheidsavond, aan het einde van de zesde klas, konden alle ouders en klasgenootjes nog één keer horen hoe slecht het allemaal met mij gesteld was. Er werd verteld dat ik een plekje vooraan had gekregen, omdat ik hier om vroeg door mijn gedrag en om mijn geklets af te remmen. Ik was vaak boos, maar o nee, vervelend was ik zeker niet. Ik was alleen maar wat wispelturig. En wat was men benieuwd naar wat ik op de middelbare school zou gaan uitspoken. Want als ik wilde, kon ik best werk leveren.

Eigenlijk was ik een heel eenzaam meisje. Ik was anders dan de anderen. Ik herinner me die jongen die in de zesde klas nog in zijn broek plaste. Zonder naar oorzaak of gevolg te kijken, pakte de meester de meetlat en gaf de jongen op zijn donder. De lat zei krak en bijna iedereen moest lachen. Maar ik vond het ongelofelijk dom en onrechtvaardig en ik had de meester het liefst met meetlat en al over mijn tafeltje getrokken.

Hoewel ik me vaak verstandiger voelde dan mijn klasgenootjes had ik toch moeite met school. Ik besefte heel goed hoe dom en hoe onhandig ik vaak overkwam. Alles ging mis, ik werd alleen maar gecorrigeerd en hoorde bijna nooit iets positiefs. En omdat ik niet geestelijk gehandicapt ben, was ik mij ook nog eens pijnlijk bewust van mijn falen. Daarom zette ik een masker op, zodat niemand mijn onzekerheid en negatieve zelfbeeld kon zien.

Ik moet denken aan die keer dat ik in een boze bui ondoordacht de vioolstok van mijn zus door midden brak. De gevolgen van mijn gedrag overzag ik gewoon niet. En zo ging het ook op school. Er werd van mij verlangd dat ik mij hield aan de regels binnen de klas. Stil zitten, luisteren naar wat de leerkracht vertelde, mijn hand opsteken, netjes schrijven en nog veel meer.

Natuurlijk deed ik mijn best en het was geen kwestie van wel of niet willen. Ik was simpelweg, biologisch gezien, minder goed in staat om de vereiste motivatie op te brengen. Als er wat meer geduld, humor, creativiteit en kennis was geweest over de invloed van ADHD op mijn leerproces had ik een veel fijnere schooltijd gehad. Dan was er niet alleen aandacht geweest voor mijn zwakke kanten, maar ook voor mijn sterke kanten. Dan had het me geen jaren gekost om in mijzelf te leren geloven.

Er is nu gelukkig meer kennis over ADHD als vroeger. Maar helaas lijkt onze onderwijsminister alleen in de schoolscores geïnteresseerd te zijn. Dus toetsen we wat af en worden schoolcijfers verkeerd geïnterpreteerd. Een toets voorspelt in het individuele geval namelijk helemaal niets, want of een kind een bepaalde ontwikkeling zal doormaken kan vooraf niet worden vastgesteld.

Het zou moeten gaan over de onderwijskwaliteit en wat er nodig is voor leerkrachten om het maximale uit leerlingen te halen. Gelukkig worden op de school van zoon en dochter de verschillen over het algemeen wel gezien én geaccepteerd. En mijn kinderen weten dat ik niet trots ben op de cijfers die ze halen, maar dat ik trots ben op wie ze zijn.

Maar toch was die ene opmerking op het rapport van dochter voor mij voldoende om mij weer heel even net zo verdrietig en klein te voelen als toen.

28/11/11
http://www.adhdnetwerk.nl/ADHD.aspx?id=481&idn=84

dinsdag 22 november 2011

HYPERFOCUS



Mijn liefde voor schrijven zat er al vroeg in. Het enige vak waar ik voor slaagde op de middelbare school was Nederlands, omdat ik een negen haalde voor mijn opstel. De rest van de vakken gingen langs mij heen. Dan deed ik net alsof ik aan het opletten was en aan het einde van de les wist ik nog even weinig als aan het begin. Lange lessen waren het, dat wel.

Toen ik jaren later aan de directeur, van de enige school die me wilde hebben zonder diploma, vertelde dat ik van plan was om toch nog wat van mijn leven te maken keek hij me aan of ik gek geworden was. Hij geloofde niet dat dit meisje, dat van spijbelen haar hobby had gemaakt, haar toelatingsexamen voor het HBO zou gaan halen. Laat staan dat ze ooit zou gaan afstuderen.

En dat had ik nodig. Want ik wist natuurlijk allang wie er gelijk had en dat wilde ik met alle plezier aan de hele wereld laten zien. Vol trots studeerde ik vier jaar later met een prachtige cijferlijst af. En het heeft me niet eens overdreven veel moeite gekost. Dankzij de hyperfocus.

Dit is voor een buitenstaander eigenlijk heel gek. Want iemand die van de hak op de tak springt blijkt dus ineens wel in staat te zijn om zich prima te kunnen concentreren. Het symptoom aandachtstekort betekent dus eigenlijk niet dat iemand met ADHD zich nooit kan concentreren. Het betekent dat iemand met ADHD zijn aandacht en concentratie niet altijd doelbewust en gericht kan inzetten. En dat leidt vaak weer tot een gebrekkige aandacht of concentratie op momenten dat je er juist wel bij zou moeten zijn met je hoofd.

Vaak zeggen ouders dat hun kind wel in staat is om uren achtereen een computerspelletje te doen en het niet uit de concentratie te halen is. Hun kind heeft dus vast geen ADHD. Maar iemand met ADHD is juist wel in staat om de aandacht en concentratie volledig op een bepaalde activiteit te richten. Bij kinderen is dit vaak een computerspelletje of een spannende film. Zet mijn kinderen maar met een 3D brilletje in de bioscoop. Anderhalf uur geen ADHD te bespeuren.

Hyperfocus kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door de gedachte aan een bijna onmogelijk te halen tentamen. In één nacht stampte ik er eens een psychologieboek in. Onder druk ben ik namelijk in staat om tot zeer bijzondere prestaties te komen. Maar ik ben ook in staat om mijn hyperfocus langere tijd vast te houden. Zo viel ik binnen een jaar bijvoorbeeld heel veel af, nadat iemand zei dat deze poging vast weer een blauwe maandag van me was.

Het symptoom hyperfocus is dus eigenlijk een groot voordeel van ADHD, al wordt dit helaas meestal niet zo gezien. Een school heeft een vast rooster en dat gaat slecht samen met het willekeurige concentratievermogen van een kind met ADHD. En een werkgever zit niet te wachten op iemand die weken zit te dromen en dan opeens met een briljant uitgewerkt plan komt.

Hyperfocus treedt voornamelijk op bij nieuwe en interessante dingen of in situaties waar de talenten en capaciteiten van iemand met ADHD volledig benut kunnen worden. Iemand met ADHD moet zich dus vooral niet gaan vervelen, want dan wordt iemand met ADHD vervelend.






















































































Als ik dit vroeger had geweten was ik misschien niet op vioolles en niet op dwarsfluitles gegaan. Ik haat noten lezen. Ook was ik misschien niet bij de turnvereniging en niet bij de badmintonclub gegaan. Ik ben geen motorisch wonder en zal dat ook nooit worden. Aan de andere kant had ik deze mislukte projecten ook niet willen missen. Want hierdoor heb ik mijn verstand gekregen en weet ik heel goed wat ik niet kan, maar vooral ook heel goed wat ik wél kan.

21/11/11
https://www.adhdnetwerk.nl/ADHD.aspx?id=481&idn=83

dinsdag 25 oktober 2011

Ik denk in beelden, jij onderwijst in woorden

talenten van een rechtsgeorienteerd kind ontwikkelen

Over het boek:
In elke klas zitten er leerlingen met kenmerken die doen denken aan AD(H)D of andere 'stoornissen'. Ze leren later lezen, zijn druk, hebben aandachtsproblemen... In dit boek worden deze kinden 'rechtsgeoriënteerde kinderen' genoemd.
Deze leerlingen denken andere. Ze denken in beelden en hebben een visuele leerstijl. Hun manier van denken werkt vooral vanuit de rechterhersenhelft. De meeste scholen gebruiken echter vooral woorden om dingen aan te leren, waarbij veeleer een beroep wordt gedaan op de linkerhersenhelft. Het verschil in de leerstijlen wordt in dit boek helder en overtuigend aangegeven.

Worden deze leerlingen aangesproken op hun visuele talenten, dan zijn de resultaten spectaculair beter. Met een eenvoudig programma kan een kind aan de hand van zijn visueel geheugen leren spellen, snellezen, complexe sommen en vermenigvuldigen uit het hoofd berekenen. Hierdoor krijgt het kind ook een positiever zelfbeeld.

het boek biedt meteen een goed inzicht in wat deze kinderen drijft en hoe dit in het dagelijkse leven kan worden aangewend om hun volle potentieel te bereiken.

Over de auteur(s):
Jeffrey Freed, MA in Education, werkt als onderwijsconsulent in Evergreen, Colorado, exclusief met hoogbegaafde en ADHD-kinderen. Laurie Parsons is programmadirecteur bij KTAR-radio, toonaangevend news-talk station in Phoenix, Arizona. Zij heeft rechtsgeoriënteerde kinderen.

De vertalers zijn ouders van een rechtsgeoriënteerd kind.

maandag 24 oktober 2011

KANJERVITAMINEN

Door: Suzan Otten-Pablos

Veel scholen werken volgens het principe van de kanjertraining. Bij deze methode worden petten in verschillende kleuren gekoppeld aan bepaald gedrag. De gele pet staat voor bang, de rode pet voor grapjas, de zwarte pet voor pestvogel en de witte pet voor kanjer. De bedoeling is dat een kind zoveel mogelijk wit gedrag vertoont. Dit is namelijk kanjergedrag.

Deze kanjeraanpak heeft als doel dat een kind positief over zichzelf en de ander leert denken. Dit is op zich natuurlijk een mooie gedachte. Maar waarschijnlijk is dit idee voor een kind met ADHD niet altijd even leuk. Een kind met ADHD vertoont bijvoorbeeld vaker rood gedrag, dan een kind zonder ADHD, omdat het vaak grapjes maakt. Het gedrag verdient dan theoretisch geen witte pet. Maar in de praktijk is dit kind nou juist wel een kanjer. Een kanjer met ADHD.

Samen met een collega geef ik, onder andere aan leerkrachten op scholen, workshops over ADHD. We beginnen altijd met het inpakken van een luciferdoosje. Iedereen krijgt een luciferdoosje en een papiertje. Hiermee moet het doosje helemaal ingepakt worden. Tijdens het inpakken mag er niet worden gepraat, niet worden afgekeken en het doosje moet heel blijven. Diegenen die klaar zijn moeten het doosje in de hand houden, zodat anderen het niet kunnen zien.

Een aantal mensen krijgen een te klein papiertje. Het zal deze mensen niet lukken om het luciferdoosje helemaal in te pakken. Zij zullen gaan praten, mopperen en af gaan kijken. Ze voelen zich gefrustreerd, omdat iets niet lukt wat een ander wel lukt. Als wij, in onze rol van leerkracht, flink gaan mopperen, voelen ze zich akelig, vernederd, onzeker en rot. En dat is ook de bedoeling. Want een leerkracht die dit begrijpt zal voor een kind met ADHD het verschil kunnen maken tussen alles of niets.

Het is namelijk vreselijk om als kind steeds maar weer tegen je eigen tekortkomingen aan te lopen. Een kind kan dan niet zichzelf zijn en zal zich enorm eenzaam gaan voelen. Het zal alles op zichzelf betrekken en een hekel krijgen aan alles en iedereen. Het vertrouwen in mensen zal afnemen en het zal steeds moeilijker worden om van iemand te kunnen houden.

Het is een ellendig gevoel om als kind altijd te horen te krijgen dat je het kunt, als je maar je best doet. Dat er altijd word gekeken naar wat je niet kunt, in plaats van naar wat je wel kunt. Dat er altijd maar over je wordt gepraat, in plaats van dat er met je wordt gepraat. Al deze negatieve aandacht doet pijn. Het zou zelfs wel eens de reden kunnen zijn van het "vervelende" gedrag en het zou zomaar kunnen dat het hierdoor komt dat een kind nergens meer naar lijkt te luisteren.

Een leerkracht zou het ook kunnen bekijken door de ogen van een kind. De eigen gekleurde bril af kunnen zetten. In mogelijkheden kunnen denken. Een leerkracht zou ook kunnen kijken naar wat een kind met ADHD wel kan, in plaats van wat het niet kan. Gewoon gezellig complimenten kunnen geven. Kanjervitaminen. Niet volgens een bijsluiter of doseringsvoorschrift, maar vanzelfsprekend. Iedere dag. Veel. En vooral ook vaak.

Door als leerkracht buiten de lijntjes te durven kleuren geef je een kind het gevoel dat het gewoon zichzelf mag zijn en zal naar school gaan weer een feestje worden. De zon zal ineens weer volop gaan schijnen en er zal weer uitbundig worden gelachen om alle mooie en verschillende kleuren van de regenboog die er in de klas zijn. Geel, rood, zwart of wit. Blauw, groen, paars, of oranje. Gestipt, gestreept of met vlekjes.

De kleuren van petten zijn namelijk eigenlijk ongelofelijk saai en kleurloos. Kinderen daarentegen zijn stuk voor stuk kleurrijk, bijzonder en uniek. We kunnen veel van kinderen leren. Gedrag volgens de gemiddelde norm bestaat niet. Alle kinderen zijn kanjers. Een leerkracht die dit begrijpt zal in staat zijn om buiten kaders te denken en om kleur te bekennen. Want onderwijzen doe je niet met je hoofd. Onderwijzen doe je vanuit je hart.

24/10/11

http://www.adhdnetwerk.nl/ADHD.aspx?id=481&idn=72

zaterdag 1 oktober 2011

Omgaan met ADHD: tips voor leerkrachten en ouders.

ADHD'ers besteden hun aandacht selectiever. Ze kunnen zich erg slecht zetten tot het uitvoeren van saaie klusjes, maar als zij voldoende geprikkeld worden dan zijn hun prestaties gelijkwaardig aan die van leeftijdgenoten. Kinderen met ADHD hebben meer stimulatie nodig. Bij vervelende werkjes gaan zij automatisch op zoek naar dingen die interessanter en opwindender zijn.

ADHD'ers gaan dan ook niet beter presteren als je de bronnen van afleiding wegneemt, zoals veel ouders en leerkrachten tot hun schade en schande ondervinden. De saaiheid wordt dan verpletterend en het taakgerichte gedrag zal er alleen maar verder onder lijden. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat het huiswerk gecombineerd zou moeten worden met televisie kijken. De kunst is om de op zich niet zo heel boeiende taken tot leven te wekken, zodat het kind er meer door gegrepen wordt.

Til niet te zwaar aan de schoolresultaten. Wees blij met wat wel lukt en bedenk dat het handhaven van een goede relatie met het kind veel belangrijker is. Goede sociale relaties blijken namelijk een belangrijke buffer te vormen tegen schaduwkanten van ADHD als overdreven opstandig gedrag en criminaliteit.

Het ADHD kind heeft een omgeving nodig die hem de consequenties van zijn gedrag op een presenteerblaadje aanbiedt. Er moet iemand zijn die van tevoren bedenkt wat er allemaal zal kunnen gebeuren en die alvast maatregelen neemt om missers te voorkomen. Als er een examen aankomt, zal een ADHD'er zijn boeken pas openen als het veel te laat is. Het is dan beter om samen met hem van tevoren een programma te maken over welke stof op welke dag behandeld moet worden. Evenzo hebben ze een steuntje nodig als je ervoor wilt zorgen dat ze op tijd beginnen met het inpakken van een koffer voor een vakantie.

Regelmaat. Neem vaste uren voor het eten, slapen gaan, opstaan, spelen, TV kijken, enz. Hang het tijdschema op zodat het kind weet waaraan het zich moet houden. Kondig wijzigingen in de routine op tijd aan.

Maak duidelijke afspraken zodat het kind weet waaraan zich te houden. Wees daarbij positief: zeg liever wat je wilt dan wat je niet wilt. De instructies moeten zeer duidelijk zijn. Voor moeilijkere taken moet je ze opsplitsen in deeltaken die het kind achtereenvolgens moet afwerken. Dit geldt ook voor klastaken.

Beloon het kind regelmatig: vaak krijgen ADHD kinderen de hele dag verwijten omdat ze dingen verkeerd doen, ze hebben behoefte aan waardering voor de dingen die ze goed doen.

In de klas zitten kinderen met ADHD best op een plaats waar zo weinig mogelijk afleiding is (dus bijvoorbeeld niet aan het venster, maar eerder vooraan).

ADHD op school

Iedere ouder droomt van een zonnige toekomst voor zijn kind. Goed onderwijs is daarbij een belangrijk hulpmiddel: een geslaagde schoolcarrière geeft kinderen een stevige basis voor later. Uiteraard geldt dat ook voor kinderen met ADHD.

Helaas lijken deze kinderen minder te profiteren van het onderwijs dat ze krijgen. Leerkrachten van kinderen met ADHD zeggen vaak 'dat het er wel in zit, maar er niet uit komt'. Dat klopt meestal ook wel.

Een kind met ADHD heeft veel steun uit de omgeving nodig om tot leren te kunnen komen. Zijn aandachts- en concentratieproblemen, zijn hyperactiviteit en zijn problemen met het organiseren van taakgericht gedrag spelen hem bij het schoolse leren ernstig parten.

Signalen op school
Regelmatig komt het voor dat de signalen van ADHD het eerst worden opgemerkt in het onderwijs. Ouders hebben dan al vaak wel eerder aan de bel getrokken omdat ze ongerust waren over het gedrag van hun kind, maar werden gerustgesteld: alle jonge kinderen zijn nu eenmaal druk en impulsief en vragen veel aandacht . De problemen van het kind met ADHD komen pas echt aan het licht doordat het onderwijs vraagt om vaardigheden die een kind met ADHD niet min of meer vanzelf ontwikkelt, zoals een gemiddeld kind dat wel doet.

Het komt ook voor dat ouders al weten of vermoeden dat hun kind ADHD heeft voordat het naar de basisschool gaat. Dan is het belangrijk de leerkracht aan het begin van het schooljaar goed op de hoogte te brengen. Een leerkracht wil van tevoren graag weten welke behandeling het kind krijgt (gedragstherapie, medicatie). Misschien is het nodig dat de leerkracht kennis opdoet/opfrist over ADHD: hoe de symptomen tot uiting kunnen komen in de klas, hoe de kans dat het kind kan meedraaien in de klas groter wordt. Afstemming met het thuisfront van een leerling is van groot belang voor een eenduidige aanpak van het kind.

Aanpak op school
Vrijwel elke leerkracht heeft wel een kind met ADHD in de klas, sommige hebben er zelfs meerdere. De ADHD is een belasting voor het kind zelf, maar ook voor de klas en voor de leerkracht. Goede ondersteuning van de leerkracht en samenwerking met de ouders zorgen ervoor dat de leerkracht haar werk optimaal kan doen en dat het kind zich optimaal ontwikkelt.

http://www.steunpuntadhd.nl

Zoeken in Bol.com